Historische Kring Gente

Archief: Ganita Mare 2016 no. 2

 

 

Ganita Mare is ons huisorgaan. 

In deze sectie van onze site treft u vooral opmerkelijke zaken aan uit eerdere uitgaven van ons blad Ganita mare. 
Deze pagina wordt met een zekere regelmaat vernieuwd, maar loopt altijd een jaar achter op de uitgebreidere papieren versie.

Hieronder is op dit moment een kleine greep uit Ganita Mare 2016 no. 2 te lezen.
Voor de aktuele Ganita Mare moet u natuurlijk wel eerst even lid worden, dan krijgt u zelfs de papieren versie in uw brievenbus!

Dat leest nog makkelijker ook.


Onderwerpen:

 

 

 

 Gert Lukassen: ruige bast en onmundig sterk

 

Regelmatig kom ik bij Gert over de vloer om over onze jonge jaren te praten en dat gaat meestal gepaard met een drankje dat we allebei graag lusten. We zaten in de zelfde klas op de lagere school in Gendt en op de ambachtschool in Huissen; toen is er al een band ontstaan.

Later kwam ik Gert weer tegen bij scheepswerf Vahali in Gendt. We bleven bij elkaar komen, weliswaar wat minder dan in onze schooltijd, maar door moeder Judiths vraag ‘Hentje je kom toch gauw weer?’ bleef ik contact houden. Als er iets moest gebeuren bij de Historische Kring wat met metaal te maken heeft, bijvoorbeeld het monteren van de koperen letters op Villa Ganita, dan konden we alle hulp verwachten van Gert. Ook gereedschap bij hem lenen was en is geen probleem.

Onlangs hadden we het over de Tweede Wereldoorlog en de evacuatie, die voor zijn moeder een nachtmerrie moet zijn geweest. Toen ik voorstelde om daar een artikeltje over te schrijven vond hij dat geweldig. ‘Als het maar over mijn moeder gaat’, zei hij erbij. Dat heb ik hem beloofd, maar ook dat het over hem zou gaan.

Toon Lukassen en Juditha Lukassen-Wezendonk (Judith), beiden geboren in Pannerden, kwamen na daar getrouwd te zijn in 1935 naar Gendt. Ze gingen wonen aan de Kapelstraat.

Toon was smid van beroep. Het vak had hij geleerd bij Philips in Eindhoven. Hij startte in Gendt met een smederij met hoefsmid; daar was in die tijd voldoende werk voor. Hij had Jan Janssen uit Doornenburg als smidsknecht. Het paar kreeg vier kinderen: één meisje en drie jongens. Thea is de oudste, daarna kwamen Gert, Ep en Henk. In de Tweede Wereldoorlog overleed Toon op 31 maart 1943 op de jonge leeftijd van 36 jaar. Judith bleef achter met vier kleine kinderen. Eind 1944 moesten ook Judith en haar kinderen door de oorlog huis en haard verlaten.
Gert 01

Het gezin was gedwongen om verder te trekken en uiteindelijk kwamen ze aan in het Groningse Bedum. Daar hebben moeder en kinderen het goed gehad. Behalve onderdak, eten en drinken ontving Judith ook nog eens geld om extra dingen te kopen zoals kleren.

Terugkomst in Gendt

Van een Duitse soldaat kreeg ze te horen dat ze binnen een uur moesten vertrekken. Het was oktober en Judith stak net als zoveel andere evacuees het Pannerdensch Kanaal over. Het gezin kwam eerst bij een broer van haar terecht in Pannerden. Ook daar moesten ze weer vertrekken. Haar broer gaf haar een koe en zes kippen mee; zo had ze genoeg melk voor eigen gebruik en kon ze er zelfs anderen wat van meegeven. De volgende stop was in Babberich; daar vond het gezin tijdelijk onderdak in het klooster bij de paters. De paters gaven haar toestemming om de koe in de bongerd te laten grazen. Dan ging de tocht verder op weg naar Varsseveld. Van de kippen was ondertussen soep gemaakt. De koe sjokte met hen mee en zo kwamen ze in Rijssen aan. In Rijssen zagen ze dat de hoeven van de koe zover afgesleten waren dat ze haar niet meer mee konden nemen.

Het gezin was gedwongen om verder te trekken en uiteindelijk kwamen ze aan in het Groningse Bedum. Daar hebben moeder en kinderen het goed gehad. Behalve onderdak, eten en drinken ontving Judith ook nog eens geld om extra dingen te kopen zoals kleren.

Het huis aan de Kapelstraat stond nog overeind, maar had veel schade opgelopen door het oorlogsgeweld. Toen het weer bewoonbaar was, trok ook Stef Janssen met zijn gezin bij hen in, totdat de noodwoningen op de Raalt klaar waren. Om met vier kleine kinderen en eventueel een knecht het bedrijf voort te zetten, was onmogelijk. Na Stef Janssen woonde Eduard Loman, de kapper, met zijn gezin nog even bij hen in, totdat het huis ernaast klaar was. Intussen was het 1949 en kwam in de Van Halstraat de woning van Frans Willems vrij, omdat die naar de Dorpstraat ver-huisde. In hun huis aan de Kapelstraat kwam de smid Wout van Santbergen, die eerder een smederij had op het Hogeveld.
Na het herstel van de bestaande scholen moest Gert naar de jongensschool in de Dorpstraat; die stond op de plaats waar nu de bibliotheek staat. Later ging hij naar een schoollokaal in het zusterklooster aan de Nijmeegsestraat. Toen de nieuwe jongensschool Sint Jozef in 1950 tegenover de in aanbouw zijnde Martinuskerk klaar was, kwam hij op die school. Omdat er toen nog te weinig lokalen waren gingen de hogere klassen naar een lokaal in het oude Huis te Gendt. Hij was een stevige grote kerel geworden en had ook de meeste praatjes. Voor moeder Judith was hij het liefste jongetje van Gendt. De meesters en de juffen hadden weinig problemen met hem, alhoewel hij ontzettend hard kon schreeuwen.

Ambachtschool

In 1952 ging Gert met een aantal jongens uit Gendt - onder andere Leo Derks, Ton Teunissen, Nolleke Teunissen, Wim de Beijer, Rinus Jansen en Henk Klaassen - naar de ambachtsschool in Huissen. Hij wilde metaalbewerker worden, want met metaal iets doen dat zat hem in het bloed. Na één jaar de opleiding te hebben gevolgd wilde Gert aan de slag en kon hij bij Nijs en Vale in Nijmegen beginnen. Gert 02Gert volgde ook nog één jaar de avondschool in Huissen. Na bij Nijs en Vale een paar jaar te hebben gewerkt kon hij beginnen op de scheepswerf Vahali in Gendt. Toen het klinken vervangen werd door lassen hoorde Gert bij de groep die het lassen mocht leren. Lassen doet Gert nog tot op de dag van vandaag. Hij werkte vervolgens nog voor Uitzendbureau Werkspoor-Esso in Dordrecht, de Provinciale Limburgse Elektriciteitsmaatschap-pij (PLEM) Roermond, een paar jaar in Duitsland en daarna bij Haukes in Kekerdom, Bemaco in Gendt, Nicolaas in Huissen, HULO in Pannerden en op het laatst als zelfstandig ondernemer in Duitsland, de tegenwoordige zzp’er.
Zus Thea trouwde met Free Reijmers uit Huissen. Free is op 4 mei 2001 overleden. Ze woont intussen in Gendt, dicht bij haar broers.
Gert is alleenstaand en is met zijn broer Ep, ook alleenstaand, in de Van Halstraat blijven wonen. Ep heeft vele jaren in de bouw gewerkt en vier jaren bij een constructiebedrijf. Thea komt één dag in de week om bij Ep en Gert de boel schoon te maken.
Henk trouwde met Riek Visch uit Doornenburg en heeft met zijn zonen een bedrijf, ‘constructiewerken Lukassen’.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er een Engelse kinderserie over een zekere Catweazle op de televisie. Omdat Gert van grapjes houdt en ook wel een beetje op Catweazle leek, vertoonde hij zich weleens verkleed als Catweazle.

De hobby’s van Gert waren en zijn motorrijden en dan met veel lawaai door Gendt; daar had hij het meeste plezier mee. Vooral door de Dorpstraat, dan wist iedereen dat Gert er aan kwam. Later toen hij wat verstandiger en rustiger werd, wat trouwens lang duurde, schafte hij een draaibank aan en ging compressoren repareren van alle formaten en merken. De Atlas Copco vindt hij nog altijd de beste.
Iedereen was en is nu ook nog welkom bij Lucassen. Toen Judith nog leefde liep er altijd veel volk. Bij haar is heel veel koffie gedronken. Judith had voor iedereen een vriendelijk en bemoedigend woord. Ze zag altijd wel het goede in de mens, ook al wist ze van vervelende achtergronden van sommige personen. Voor vriend en vreemde stond haar huis gastvrij open. Als het kon, ging ze iedere zondag naar de kerk en wenste eenieder ‘goede aandacht’. Judith was geen strenge moeder, maar moest toch regelmatig optreden als Gert te diep in het glaasje gekeken had. Want zei ze: ‘Als de drank is in de man, is de wijsheid in de kan’. Judith is overleden op 12 juni 1994 op 89-jarige leeftijd.

Nu Gert ouder is geworden, kondigen ook bij hem lichamelijke gebreken aan. Dus zal hij het rustiger aan moeten doen, ook is dat voor een eens zo’n sterke kerel heel erg moeilijk.

Henk Klaassen

 

 

 

De tijd van de stoombootdiensten

Verslag lezing 29 februari 2016


Voor een onderzoek van de provincie Gelderland kwam historicus Aart Bijl nogal wat informatie tegen over stoombotendiensten. Als kind was hij al geïnteresseerd in vervoer over het water en dat was ook een van de redenen voor dit onderzoek. De volle zaal in Villa Ganita liet zien dat meer mensen dit een interessant onderwerp vinden.

Zeilboten

In de 17e en 18e eeuw verplaatste men zich over het water met zeilboten. Wanneer de wind niet sterk genoeg was, werden de vaartuigen getrokken door paarden. De rivieren waren toen nog minder diep. Soms voer men vast en moest een gedeelte van de lading overgeladen worden. In die tijd waren er nog geen baggermachines. In 1690 werd door een Fransman de eerste stoommachine gebouwd. De eerste stoomboten stelden niet zoveel voor, soms moesten paarden zelfs helpen om ze vooruit te trekken. In 1806 werd het eerste goede stoomschip gebouwd door de Amerikaan Fulton. Deze voer over de ellenlange rivier de Mississippi en dan moest je toch wel een goede boot hebben.

De stoomvaart

stoombootDe heer Roentgen was in 1816 in Engeland zeeofficier en bestudeerde daar de scheepsconstruc-ties. Omdat er geen handelsverdrag tussen Engeland en het vasteland van Europa was, kreeg hij van koning Willem I de opdracht terug te gaan naar Engeland voor onderzoek. Met die informatie kreeg hij een contract om een schip te bouwen waarvan dan ook alles van Nederlandse makelij moest zijn. Het leidde tot de oprichting van de Rotterdamse Stoombootmaatschappij, waarvan hij de technische leiding kreeg. Deze kreeg octrooi om te varen tussen Rotterdam en Nijmegen.

Langzamerhand kwamen er beurtveren. Dat waren vaste scheepvaartverbindingen tussen twee plaatsen voor het vervoer van goederen, passagiers en vee. Provincies en gemeenten speelden een belangrijke rol bij het verlenen van vergunningen. Na een Koninklijk Besluit in 1818 kwam aan deze monopolypositie een eind, hoewel de beurtschippers nog werden beschermd. Andere schippers mochten niet laden op trajecten waar een vaste beurtschipper voer.

Omdat stoomboten met steenkool gestookt werden en dat een dure brandstof was, konden rederijen bij de mijnen goedkoper varen. Wie het dichtstbij woonde, had de beste prijs voor de kolen. Zo kon de prijs variëren van bijvoorbeeld ƒ 3,70 bij de mijnen tot ƒ 27,65 in Leiden. We praten dan over de periode 1844-1853.

De eerste stoomboten waren van hout en uitgerust met raderen. Rond 1850 zouden ijzeren schepen en schroeven hun intrede doen. Een voordeel van schroefstoomboten was dat ze op kleinere rivieren konden varen. Daarnaast konden ze in de winter langer doorvaren.

Een bloeiende periode

De periode van 1860 tot 1915 was een bloeiende periode voor de stoomvaart. Zo had Van Gend en Loos een boot die van Arnhem naar Den Bosch voer.

De directeur was een in België geboren Nederlander en tevens de oprichter van rederij Concordia in 1877. Elke nieuwe boot kreeg de naam Concordia met een opvolgend nummer. Het vervoer via de boot was niet duur en veel comfortabeler dan de trein, waar men op een houten bankje zat. Op de boot kon men zelfs wat nuttigen. De tarieven en vaartijden las je in de krant. Daar had men de computer toen nog niet voor nodig.

Menselijk ingrijpen

Na de pauze vertelt Aart Bijl over een betere doorvaart van de rivieren. Soms werd er vanwege kosten en beperkte technologische mogelijkheden gekozen om een kanaal te graven om een betere doorvaart te krijgen. Bij het riviertje de Linge bijvoorbeeld betaalden agrariërs uit de Betuwe 28 jaar lang aan het uitgraven van een overloop van de Linge. In die tijd werd dat gedaan met stoombaggermachines, we schrijven dan ongeveer 1850. Na 28 jaar wilden ze daar niet meer voor betalen, want het waren hoofdzakelijk schippers die er voordeel van hadden. Dit zorgde ervoor dat het Rijk (wij dus) betaalde voor het uitgraven van de Merwede. Voor een betere doorvaart moest ook de rivier de Rijn overal drie meter diep worden. Hiervoor werd een vaargeul uitgegraven en kribben aangelegd.

Aart Bijl laat verschillende bekende boten uit de regio zien, zoals de Lobithse boot, met Janssen als kapitein en kastelein en de Nijmeegse boot oftewel de Ned. Stoomboot Rederij NSR en J. & A. v.d. Schuyt. Onder die naam zijn er veel boten geweest. Zij voeren niet verder dan Tiel, volgens afspraak met de Nijmeegse Boot. Van de Schuyt kocht boten op uit faillissementen en ‘daar voer hij wel bij’. In die tijd werd er fruit vervoerd van Tiel naar Rotterdam. Dat ging met name om Betuwse kersen. Op marktdagen was er extra mensen- en veevervoer.

Pleziervaart

Rond 1900 kregen mensen iets meer te besteden en kwam het toerisme op gang, men ging bijvoorbeeld een dagje naar zee, een schoolreisje, of de muziekvereniging ging op concours. Zelfs de koningin ging met de boot, dat was de Rotterdam Columbus. Vanzelfsprekend kwamen er ook rondvaarten, daar werden reserveboten gebruikt.

Met ruim 70 personen kunnen we constateren dan er veel belangstelling was voor deze lezing, een paar van ons volgden de lezing dan ook vanuit de keuken. Ook was er interesse van de Schippersvereniging uit Doornenburg. Speciaal ter gelegenheid van Schrikkeldag had Aart Bijl voor iedereen een leuke verrassing, bij het naar huis gaan kregen we zijn boek De tijd van de stoombootdiensten uitgereikt.

Ria Schouten-de Haan

 

 

 

 

Nim Vim

Vör schrobbe, poetse ôk ien de teil
Vör schônmake mè bessem of mette dweil
Op plestiek, ie-zer, steen en zeil
Nim Vim


Ôk vör ’n moel mè witte ta-nd
Hè’j dâ grei duk bi’j de ha-nd
Daor ku’j mè schure nè’r as mè za-nd
Nim Vim


Vie-ze nègels mè zweitvuut d’r bi’j
De ore vol mè dik bruun grei
De neus vol snot nè’r as gelei
Nim Vim


Vör schoewne, leiese en klömp van bute
Vör rame, deure en de rute
Vör ha-nd, vuut en alle snute
Nim Vim


Ien de wienter mè ies op de straot
A’j dan op de moel val of op de plaot
En as de gemeinte nie kum of te laot
Nim Vim


A’j bang bun dâ’j de weg kwiet rak
Dan is ’n spoor gemekkelik gemak
Strö-’j mè’r iets uut ’n toewt of zak
Nim Vim


Mette huijer vol vlooie en dâ gebeur nog duk
Ku’j ze vange, stuk vör stuk
Mar dör beströ-je mè Vim hè’j ze tuk
Nim Vim


A’j mette kermis die djen wil ver-siere
Ku’j dâ op veul menie-re prebie-re
Mar was ow goed schôn, niks klote en mie-re
Nim Vim


Nim d’n afwas mè’r ien bad
Dâ’s gemekkelikker dan op ’t aonrechblad
Zo hè’k al bar veul schik gehad
Nim Vim


A’j pap wil ète mè schuum d’r op
Hou dan de Vimbus op de kop
Blief d’r mè schudde tot dâ’r stop
Nim Vim


A’j ’t wel zou wille mar as ’t nie luk
Nie inkel ’n keer mar erders duk
A’j dan van elend krab waor ’t nie juk
Nim Vim


Nim dan de vimpot mè naor bed
A’j ’m op de nachkas hè gezet
Dan kum van eiges de dolle pret
Nim Vim

nim vim


 

 

 

Kiezersfraude in Gendt

In februari 1903 stonden er in Gendt waarschijnlijk ongeveer 30 mannen als kiezer geregistreerd. Geen vrouwen, want pas na 1919 konden ook vrouwen aan verkiezingen deelnemen.

GemeentehuisIn 1903 waren het natuurlijk de notabelen in Gendt, zoals de pastoor, dokter en grote ondernemers die sowieso op de kieslijst stonden. Over hen lezen we in het brievenboek van burgemeester Maas Geesteranus niets, maar wel dat er in die maand februari een aantal mensen een aangiftebiljet met bijlagen kregen om voortaan in aanmerking te komen voor plaatsing op de kiezerslijst voor de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer, van Provinciale Staten en de Gemeenteraad. Zij moesten dat binnen korte tijd ingevuld retourneren. Het waren de volgende personen:

Th. H. van Aken
J.H. Joosten
P. Barthen
J. Kersten
Arnt Basten
H. Leenders Gr.
H.J. Boerstal
M.C. Lensen
Ant. Braam Br.
J.L. v.d. Linde
Arnt v.d. Brink
A.B. v.d. Meulen
C. v.d. Brink
J.E.G. Meijer
H. Buurman
H. van Moerkerk
G.J.B. Derksen
H.H. Opgenoort Pz.
W.C. van Eck
G. Peereboom
W.C. Ederveen
G. Pelkman
J.H. Ederveen
H.J. Rensen
J.G. Hendriks
Alb. Rensen
Ant. v.d. Heuvel
J. Rikken
Th. Hoedemaker
J.L. van Rijn
H. Hoedemaker
C. Schouten Wz.
J.R. Holland
W.J. Seegers
J. Holters
Th.H. Sterk
J.W. Huberts
G.A.F. Sterk
J.J. van ‘t Hullenaar
A.H. Stuard
B. Huijsman
C. Terwindt J.
J.G. Janssen
W.J. Timmermans
G.C. Janssen
W. Verheij
J.W. Janssen
W. Verwaaijen
C. Janssen
Th. M. Visser
H. Janssen Cz.
J. Willems
J. Janssen Jacz.
H. Wilting
Alb. Janssen Hr.

Ook al waren ze aangeschreven, dan waren ze nog niet meteen kiesgerechtigd. Eerst werd nadere informatie gevraagd aan mensen die een relatie met de mogelijke kiezers hadden zoals

H. Opgenoort Pz. over Th.H. van Aken, een huurder
Wed. H.C. Janssen over Gerd. Joh. Janssen en Joh. Gerd Janssen, haar zonen
Jan Lensen over M.C. Lensen en J.W. Lensen, zijn zonen
C. van Eck over W.C. van Eck, zijn zoon
De wed. J. Janssen Derk over C. Janssen en W. Janssen, haar zonen
H.J. Nijs over G. Peereboom en W. Verheij, in dienst bij Nijs
H.W. Bossmann over Alb. Janssen, knecht van hem
W. v.d. Meulen over A.B. v.d. Meulen, in dienst bij hem
Joh. Terwindt te Nijmegen over P. Barthen, in dienst op zijn steenfabriek
H. Terwindt jr. te Arnhem over B. Huijsman, bestuurder van zijn steenfabriek
Arn. Terwindt te Utrecht over H. van Moerkerk, H. Wiltink en J.J. van Groningen, allen in zijn dienst bij de steenfabriek
J. v.d. Made te Nijmegen over A.H. Stuard, Ant. Braam Br., Joh. Janssen Jacz., J.E.G. Meijer, Jan Derksen, J.J. van ‘t Hullenaar en G.J.B. Derksen, allen in dienst bij de steenfabriek
Gebr. Terwindt te Nijmegen over C. Terwindt jr,
A. v.d. Brink, C. Schouten M., J.L. van Rijn, H. Basten, W. Basten, J.G. Hendriks, Th.M. Visser,
C. v.d. Brink, J.R. Holland, H. Janssen Cr, Ant.
v.d. Heuvel, J.W. Hubers, Joh. Kersten, Arnt Bas-ten, Arnt Rensen, G. Rensen, H. Buurman, Herm. Hermsen, H.J. Rensen, J.H. Tonk, Alb. Rensen en
J.L. Janssen, allen in dienst bij de steenfabriek

Veldwachter StapelDe burgemeester en ambtenaren konden naar aanleiding van de verkregen informatie iemand definitief wel of niet op de kieslijst plaatsen. Ieder die tenminste f 50,– ingelegd had op de Rijksposts-paarbank kwam al automatisch op de kieslijst, zo lezen we in een brief van 9 januari 1904. Het moet al bij al een behoorlijk karwei zijn geweest om alle formulieren te controleren en de verkregen informatie te verifiëren. Dat dit onderzoek echt nodig was, begrijpen wij uit de commotie die in de volgende maanden april en mei ontstond.

Op 16 april werd tegen Albert Janssen, knecht bij stalhouder en haverhandelaar Bossmann, na een verhoor proces-verbaal opgemaakt. Het betrof een opzettelijke valse aangifte om op de kiezerslijst geplaatst te worden. Albert verklaarde in het verhoor meteen dat hij van het hele stuk niks af wist. Hoewel Albert tot de adressanten behoorde en hij dus eigenlijk het stuk ontvangen moest hebben, kan dat waar zijn als Albert niet kon lezen en schrijven, wat in die tijd niet zo vreemd was of dat het hem niet ter hand was gesteld. Dat hij te goeder trouw was bleek wel daaruit dat zijn handtekening heel anders was, zoals ter plekke meteen gedemonstreerd en geconstateerd kon worden. Uit zijn verhoor en dat van onderwijzer Kemper, die bij de fraude betrokken leek, kwam Alberts baas, de heer H.W. Bossmann als de aanstichter naar voren. Bossmann nam volgens burgemeester Maas Geesteranus in deze kwestie een ‘zonderlinge’ houding aan, waardoor bij de burgemeester de al aanwezige verdenking nog aangewakkerd werd. Hij wantrouwde Bossmann al, omdat die volgens hem onbetrouwbaar en oneerlijk was. Bij een eerder akkefietje had hij namelijk veldwachter Stapel benaderd om een ‘financiële oneerlijkheid te dekken’. Wat de onderwijzer Kemper betrof, die ‘herinnerde zich liever maar niets’, volgens de burgemeester. Naar hij dacht uit vrees voor Bossmann. Bij nader onderzoek bleek dat de brief voor Albert Janssen bij Bossmann in de winkel bezorgd was door een meisje van Lenderink, aldus ook haar moeder Theodora Grada Lenderink. Maar noch Bossmann noch zijn huisgenoten konden zich dat herinneren. Wie dus de betreffende handtekening geplaatst had, bleef onduidelijk, al vond de burgemeester Bossmann erg verdacht.

Deze fraude bleek het topje van de ijsberg. Na een onderzoek van de 44 ingekomen aangiftebiljetten bleken daarvan 28 vermoedelijk geheel of deels door de onderwijzer Kemper te zijn inge-vuld. Het was op zich niet gek dat de onderwijzer voor dit karwei gevraagd was, want een aantal arbeiders kon in die tijd niet lezen en schrijven of schreven heel gebrekkig. Maar bij zeven ingevulde biljetten bleek de ondertekening bij nader onderzoek vals. Enige biljetten waren bovendien door Kemper zelf ter secretarie ingeleverd.

Op 14 mei meldde de burgemeester aan justitie dat ter verkrijging van het kiesrecht, het zgn. kie-zersmaken ofwel een knoeierij op grote schaal had plaatsgehad. Op de steenoven De Zandberg van de gebr. Terwindt had een zekere Schutte zich speciaal bemoeid met het leveren van kie-zers. Er waren 29 aangiftebiljetten gevonden, waarvan 27 met het handschrift van W. Kemper en Schutte. Schutte had zich volgens zeggen daarbij voornamelijk met het invullen bezig gehouden en Kemper ‘als autoriteit’ d.w.z. als deskundige had verbeteringen aangebracht als ‘vaste kruier’ etc. Veel handtekeningen eronder leken echter qua handschrift op dat van Schutte. U. Schutte, een arbeider uit Bemmel die zich in juni in Gendt vestigde, verklaarde desgevraagd dat hij e.e.a. wel ingevuld had, maar ontkende dat hij ze ondertekend had. Zo pleitte hij zich vrij en kon het bedrog hem niet aangerekend worden, want helpen met invullen was geen misdaad.

Naar aanleiding van een opmerking in het proces-verbaal van A. Basten, werknemer van dezelfde steenfabriek, werd een andere arbeider, H. Sweeren, door de burgemeester gehoord. De burgemeester geloofde daarna niet meer dat Sweeren ermee te maken had gehad, omdat hij in de gemeente te gunstig bekend stond.

Burgemeester Maas Geesteranus

Ook bleek bij de verhoren dat het aangiftebiljet van A. Rensen, toen Kemper het ingevuld had, door hem zelfs bij Bossmann thuis ondertekend was en Rensens handtekening leek bovendien weer erg op die op een ander vals ingediend biljet. Dat was het wat betreft De Zandberg van de gebr. Terwindt. Maar ook andere steenfabrieken bleken erbij betrokken. Op de steenfabriek van J. v.d. Made had onderwijzer Kemper waarschijnlijk een andere medewerker, namelijk J. van ’t Hullenaar. Qua invulling van de biljetten leek het handschrift verdacht veel op dat van Kemper en de handtekeningen waren niet ‘van valschheid vrij te pleiten’, dus verkeerd. J. Janssen Jacz. bekende dat Kemper die aangiftebiljetten in zijn huis had ingevuld en dat Kemper ook om die biljetten gevraagd had. Dat werd bevestigd door A. Stuard die verklaarde dat zijn zoontje Hubertus Hendrikus al die ingevulde biljetten mee naar school moest nemen om aan Kemper te geven. De oudste zoon van Janssen had op advies van zijn vader diens naam ingevuld en werd zo al vroeg bij kiezersgeknoei betrokken.

Uit de verhoren bleek dat J. van ‘t Hullenaar zich meer dan nodig met alles bemoeid had. Hij werd door de burgemeester omschreven als een brutale vlegel die zichzelf als vrij geleerd beschouwde. Hij had tijdens zijn verhoor een brutale, onverschillige houding aangenomen, loog er op los en bekende niks.

Er waren ook geruchten dat B. Huijsman, de bestuurder van de steenfabriek van H. Terwindt jr. van de knoeierij op de hoogte was geweest en ook hij werd daarom verhoord. Het verhoor van H. J. van de Logt, de bakker, leek dat te bevestigen.

Uit het verhoor van J.R. Holland bleek wel dat Schutte en de beiden op De Zandberg (waarschijnlijk dus de gebroeders Basten) van de fraude op de hoogte waren geweest.

Alle kiezers die bekend hadden dat hun handtekening vals was, werden van de kiezerslijst afgevoerd. Aan het eind van april waren de volgende personen al ervan in kennis gesteld dat hun naam van de kieslijst was verwijderd. Dat waren: A. Basten, H. Basten en W. Basten en verder H. Janssen Cz., J. Kersten, H. van Moerkerk en A.H. Stuard.

Al met al sprak de burgemeester zijn afschuw uit voor de treurige opruiing van de arbeiders die zelf niet lezen of schrijven konden om zich tot dergelijke strafbare feiten te laten verleiden.

Wat was nu de bedoeling om zoveel arbeiders als kiezer te laten registreren? Moesten zij ervoor zorgen dat bepaalde personen in het zadel geholpen werden?

In begin juli waren er gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij werden J.H. Breunissen en Th.Th. Bosman als leden van de gemeenteraad gekozen. Op 21 juli werd er weer een herstemming gehouden, want G.M. van Oeffel had ontslag genomen als gemeenteraadslid en er moest een nieuw lid gekozen worden. Dhr. Rogmans, steenfabrikant en H.T. Bosman waren uitgenodigd als lid van het stembureau en zij moesten vanaf 7.30 uur daarvoor in het stemlokaal ten gemeentehuize aanwezig zijn. J.M. Roelofsen werd deze keer gekozen als lid van de gemeenteraad.

Of de fraudeurs en aanstichters van het onheil er verder zonder kleerscheuren vanaf kwamen is onbekend. De kranten in die tijd reppen er met geen woord over en ook in een Gendts register uit die tijd van ingekomen en uitgegane stukken is er helemaal niks over te vinden. Waarschijnlijk is de kiezersfraude buiten en wellicht ook binnen Gendt goed geheim gehouden. Maar onderwijzer Kemper heeft het wel moeten bezuren. In begin februari ging er nog van B&W een stuk uit over de pensioenbijdrage van onderwijzer P.H.J. Kemper; toen was er nog niks aan de hand. Maar eind juni gaf de schoolopziener in Elst zijn goedkeuring aan B&W om onderwijzeres M.M.H. Gerrits Van Maanen tijdelijk de baan van Kemper te laten waarnemen en ging aan Gedeputeerde Staten een verklaring van ongeschiktheid betreffende onderwijzer Kemper uit. Een week daarop vroeg Kemper verlof aan tot 1 augustus. En weer een paar weken later verzocht hij om eervol ontslag als onderwijzer. Dat werd hem m.i.v. 1 augustus verleend. Het was en is typisch dat hem eervol ontslag verleend is. Kon men hem niet gewoon ontslaan, wilde men e.e.a. geheim houden of wilde men hem niet de kans op een andere job ontnemen? In ieder geval moest hij met zijn 46 jaren op zoek naar een andere baan. Hij keerde aan het eind van die maand weer terug naar Wageningen, waar hij vóór Gendt al gewoond had en zal daar wel aan de slag zijn gegaan, want de burgemeester van Wageningen vroeg begin november of Gendt een opgave van het inkomen van Kemper wilde doorgeven.

Er volgde in de zomervakantie een sollicitatieronde en de zes onderwijzers die op de betrekking solliciteerden werden nagetrokken. Bij de burgemeesters van hun woonplaats werden inlichtingen ingewonnen. Zij moesten van onbesproken gedrag zijn en orde in de klas kunnen houden. De burgemeester Maas Geesteranus wilde zich nu geen buil meer vallen. De heer B.W. Wegman uit Duiven werd de nieuwe onderwijzer, nadat nog eens extra nagegaan was of hij al eerder een betrekking bij het openbaar lager onderwijs gehad had, dus ervaren was. Dat was wel logisch, want hij was pas 22 jaar, dus erg jong. Maar hij bleek toch, zo werd bevestigd, al enige leservaring te bezitten. Op 2 oktober vestigde hij zich in Gendt en zal kort daarop les zijn gaan geven. Hij kwam in de kost bij De Beijer en werd al gauw verliefd op een meisje De Beijer, waar hij in 1908 mee trouwde. Het echtpaar kreeg 9 kinderen en Wegman bleef in Gendt als onderwijzer en al een paar jaar na zijn pensioen overleed hij op 67-jarige leeftijd.

Om terug te komen op de kiezerslijst: in het volgende jaar, op 1 februari van 1904 werd er weer een aantal mensen aangeschreven om eventueel weer op de kieslijst een plekje te krijgen. Dat waren toen:

P. Barthen
A. Braam Bz.
C. v.d. Brink
Arn. v.d. Brink
H. Buurman
G.B. Derksen
J. Derksen
J.J. van Groningen
J.G. Hendriks
H. Hermsen
Ant. v.d. Heuvel
J.R. Holland
J.W. Huberts
J.J. van ‘t Hullenaar
Joh. Lucas Janssen
G. Janssen
J. Janssen Jacz.
M.C. Lensen
J.W. Lensen
J.E.G. Meijer
G. Peereboom
G. Rensen Ez.
A. Rensen Ez.
Alb. Rensen Fz.
J.L. van Rijn
C. Schouten Wz.
C. Terwindt J.
J.U. Tonk
Th.M. Visser
H. Wilting.


Het waren in ieder geval een stuk minder mensen dan het jaar ervoor en, zo valt op, de mensen die de vorige keer van de kieslijst waren afgevoerd, kwamen niet meer in aanmerking. De volgende maand waren er verkiezingen gepland voor leden van de Tweede Kamer.

Door schade en schande wijs geworden werden veel meer mensen om inlichtingen over deze personen gevraagd dan het vorige jaar. Op 17 februari 1904 ging daartoe een groot aantal brieven de deur uit. Zo kunnen we wel zien wie bij wie in dienst of familie was of een kamer of huis huurde. Helaas ontbreken de paar laatste namen in de lijst, omdat er een pagina uit het betreffende boek gescheurd is, maar dat moeten er (volgens alfabet) niet al te veel geweest zijn.

Firma Rat. Arntz te Bemmel over P. van Rijn. H.J. Perk, H. en Th. Hoedemakers, allemaal in dienst bij de firma
Wed. H. Artz te Gendt over haar zoon H.J. Artz
Wed. Jac. Arends over Th. Arends, de huurder
Joh. De Beijer over M. de Beijer, in dienst bij hem
M.L. van Berckel te Beek over de huurder H. Kerkman
H. Barten te Gendt over A.A. Berns, de huurder
G. Braam te Gendt over A. v.d. Heuvel, de huurder
P.A. Braam te Gendt over J.W. Willemse, de huurder
A.A. Berns te Gendt over A.A. Berns, in dienst bij hem
Th. Burgers te Gendt over Th. Teunissen Gzn, in dienst bij hem
J. Bus te Groessen over E.J.J. Bus, zijn zoon
W.T. Bosman te Gendt over de huurder G.J. Stevens
A. v.d. Brink in Gendt over zijn werknemer Jac. Hendriks
K. Brom in Gendt over W. Th. Van Bruck en W. Boekhorst, in dienst bij hem
W. Brons te Rotterdam over zijn huurder B. Ter-horstJ.H. Breunissen te Gendt over de huurders Th. Teunissen,
H. Keultjes en J.M. KusterTh. Campschroer over zijn zoon en werknemer A. Campschroer
Alex Cornelissen Gz. te Gendt over de huurders A. v.d. Brink en P. v.d. Velden
Joh. Cornelissen Wz. over de huurders H. Th. Derksen, G. Boekhorst en P. Huisman
H. Cornelissen Pz. te Gendt over H. Wilting en J.J. van ‘t Hullenaar, de huurders
P. Derksen te Gendt over de huurder Th. Teunissen
J. Driessen te Doornenburg over W. Kloppen-burg, zijn huurder
H. v.d. Donk te Gendt over T. Juny, in dienst bij hem
A. Ederveen te Gendt over de inwonende zoon J.H. Ederveen
G.H. Elbers te Gendt over de zoon G.J. Elbers
W. Evers te Gendt over R. Burgers, in dienst bij hem
Th.J. Eijkmans te Gendt over H.T. ter Horst, in loondienst bij hem
G. Gerrits te Gendt over J.J. Gerrits, zijn inwonende zoon
Th.G.J. van Gendt te Gendt over de werknemers W. Schippers en Jan Willems
H. Gerrits te Gendt over J.J. Gerrits, de inwonende zoon
H. Gerrits te Gendt over de huurder G. Brouwer
R. van Hattem te Oldebroek over de huurder J. Wannet
J.Th. Hoogveld te Doornenburg over de huurders Th. Kloppenburg, P. van Deelen en W. Kerkman
Ant. Hubbers te Gendt over de inwonende zoon A. Hubbers
J. Hutmacher te Gendt over de inwonende zonen G. en W. Hutmacher
G. Hendriks te Gendt over de huurder B. Derksen
Th. Hooijman te Gendt over zijn werknemer J.B. Frits
G. v.d. Heijden te Gendt over zijn werknemer A.W. van Bers
Vincent van Heukelum te Nijmegen over P.J.G. Huisman, in dienst bij hem
A.J. Hendriks te Gendt over H.T. ter Horst, in dienst bij hem
Th. Holland te Gendt over zijn werknemer L.Th. Janssen
J.Th. Hubers te Gendt over de huurder J.W. Huberts
Th. Joosten Dz. te Gendt over de huurder R. Huisman
Wed. J. Janssen te Gendt over haar zoon C. Janssen en haar werknemer F.J.D. Ederveen
J.W. Joosten te Gendt over de arbeider J. Hendriks
W. Hendriks te Bemmel over de werknemer A.W. van Bers
W. Janssen Gz. te Lent over de huurders H. Wilting en C. Schouten
A.R. Jansen te Nijmegen over de werknemers Ant. Braam, G. Terwindt, W.Th. V. Ruck, Arn. Teunissen, J.H. Joosten, J.E.G. Meijer, Th.B. Cornelis-sen, J.A. Hendriks (huurder vaartuig), W. Boek-horst, G. Balduk, J.A. Balduk, P. Joosten, U. Bek-ker, W. Gunsing (huurder), C. Kuster, P. Barthen,
R. Milder, W. Willemsen, Th. Sweeren Gz. en ten-slotte B. van Vorsselen
Mej. Joh. Kersten te Pannerden over de huurders Herm. van Moerkerk en A.H. Stuard
J. Klaassen te Nijmegen over de huurder W. Gunsing
R.K. Kerkbestuur te Gendt over B. Nissen, hun huurder
Wed. Th. Koenders te Gendt over de arbeider A. Koenders
H. Leenders Az. te Gendt over A. van Luenen, zijn huurder
Arn. Leenders Cz. te Gendt over de inwonende zoon C.S. Leenders
J. Lensen te Gendt over de inwonende zonen G.J. Lensen, J.W. Lensen en M.C. Lensen
H.J. v.d. Logt te Gendt over zijn werknemer J.W. Selman
J. v.d. Made te Nijmegen over de werknemers Jan Derksen Wz., A. Nuijen, J.E.G. Meijer, A.J. Nis-sen, G.W. Meijer, Jan Derksen, H.W. Bruins en Joh. Janssen
J.A. van Meekeren te Gendt over de huurder J.M. Kuster
C. van Meurs te Gendt over de inwonende zonen
W. en J. Meurs en de huurder G. Meijer
G.J. Milder te Gendt over de huurders A. v.d. Brink en C. Schouten Wz.
Joh. Milder Jz. te Gendt over de huurder Th. van Moerkerk
H.J.A. Milder te Gendt over de huurder P.J. Stevens
Wed. D. Nuij te Gendt over de huurder J.W. Nuij
Wed. H. Opgenoort te Gendt over de inwonende zonen H.H. Opgenoort en J.W. Opgenoort
H. Opgenoort Pz. over de huurders J. Vos Gz. en P. Driessen
J. Peters Ez. te Gendt over de huurders Th.M. Visser, J. Kersten en Peter Janssen
H.M. Peters te Gendt over zijn werknemers W.J.J. Peters, G. Balduk en J.A. Balduk
J.T. Peters te Gendt over de huurder B. Koenders
Arn. Pastoor te Gendt over de huurder Th. Wegh Gz.
J.J. Roelofs te Gendt over de huurder J.J. van ‘t Hullenaar
M. Roelofs te Huissen over de huurder R. Huisman
T. Rasing te Gendt over zijn inwonende zoon T.J. Rasing
Th.G. Roelofs te Gendt over de huurder Th. Joosten Tz. en de werknemer G.B. Nienhaus
Th. G. Rogmans te Gendt over de huurder J.A. Koenders
Mej. E. Raijmakers te Gendt over de huurder J.B. Berns
H.J. Nijs te Gendt over zijn werknemer G. Peereboom
J. Roelofsen te Gendt over de huurder H. Jans-sen Cz.
J.M. Roelofsen te Gendt over de werknemer J.U. Roelofsen
Wed. D. Stapel te Gendt over de huurder J.W. Huberts
C.J. Sterk te Gendt over de inwonende zonen Th. Sterk en G. Sterk en de huurder P.J. Stevens
C. Schouten Gz. te Gendt over de huurder B. Tap.

WegmanHier houdt het overzicht op. Al met al kan geconcludeerd worden dat er veel meer mensen dan de vorige keer om inlichtingen gevraagd zijn. Men was door schade en schande wijs geworden.

Op dinsdag 1 maart was de verkiezing voor leden der Tweede Kamer al. Op het stembureau van de gemeente namen daarvoor J.H. Breunissen en S.M. Rasing zitting. Het moet kort dag zijn geweest om alle informatie voor 1 maart verwerkt te hebben, maar we lezen verder niks noemenswaardigs in de daaropvolgende dagen, dus alles zal ditmaal vlotjes verlopen zijn.

In het daaropvolgende jaar werden weer veel meer mensen aangeschreven met daarbij een aangiftebiljet voor plaatsing op de kieslijst. Ook mensen die de vorige keer van de kieslijst verwijderd waren, kwamen nu weer in aanmerking. Blijkbaar was alles weer vergeven en vergeten. Zie voor de namen de tabel hiernaast.

Op 15 februari 1905 werd weer een aantal mensen aangeschreven om informatie over de mogelijke kiezers te geven en wel het liefst binnen twee weken. Meestal werd aan een ouder informatie over de zoon of zonen gevraagd, al dan niet inwonend. Vrouwen stonden er nl. niet op de kieslijst, ze hadden nog geen kiesrecht. Sommige namen werden dubbel gecheckt, zowel bij de ouders als bij de persoon waar ze in dienst waren. Zekerheid voor alles. Voor ons is het wel interessant te zien wie bij wie in dienst was of wie een kamer of huis van een ander huurde.

B. Bresser moest informatie leveren over de huurder J.J. van Groningen
P.A. Braam te Lobith over de huurder J.A. Bal-duk
Vr. J. Bouwman te Nijmegen over de huurder P.C. Flintrop

H.J. Artz,
J.A. Balduk
P. Barthen
H. Basten
A. Basten
A.A. Berns
M. de Beijer
M. Bekker
W. Boekhorst
H.J. Boerstal
H. Braam, Br.
Ant. Braam
C. v.d. Brink
Jac. v.d. Brink
Arn. Brouwer
W.F. van Bruck
H.W. Bruins
R. Burgers Gz.
G.B. Burgers
G.H. Burgers
H. Buurman
A.F. Campschroer
Th.B. Cornelissen
H. Derksen Wz.
J. Derksen Wz.
P. Derksen Wz.
J.H. Ederveen
F.J.D. Ederveen
J. Elbers
A. Evers
J.B. Frits
G.J. Gerritsen
J.J. van Groningen
J.G. Hendriks
G. Hendriks
Herm. Hermsen
Adr. Hermsen
T.C.P. v.d. Hof
H. v.d. Hof
J.R. Holland
G.H. ter Horst
Alb. Hubbers
J.T. Huisman Wz.
Th. Huisman
Herm. v. ‘t Hullenaar
W. Hutmacher
G. Hutmacher
J. Huisman R.Pz.
J.L. Janssen
Jan Janssen Albz.
J.H. Joosten
P. Joosten
Andr. Koenders
C. Kuster
J.U. Kuster
T.H. Leenders
C.S. Leenders
C. Lenders
M.C. Lensen
J.W. Lensen
G.J. Lensen
W.J. Meurs
G.W. Meijer
Roelof Milder
G.B. Nienhaus
A.J. Nissen
J.W. Opgenoort
H.H. Opgenoort
H.J. Perk
G. Pelkman
W.J.J. Peters
J.B. Pinta
T.C.S. Rasing
G. Rensen
Arn. Rensen
Alb. Rensen
J.U. Roelofsen
H.W. Schipper
Th.U. Sterk
G.A.T. Sterk
Th. Sweeren Gz.
C. Terwindt J.
G. Teunissen
Arn. Teunissen
W.J. Timmermans
J.U. Tonk
B. van Vorsselen
J. Willems
W. Willemsen.

God.W. Wegh over werknemer W.U. Wegh
Wed. W. v.d. Velden over werknemer W. Joosten
Wed. Ed. Verheijen over haar werknemer H.J. Boerstal en huurder Th. van Moerkerk
Wed. Steenhof te Bemmel over de werknemer A. Gijsbers
Th.G. Roelofsen over de werknemer J.H. Roelofsen
H. Roelofs te Meiderich over de werknemers Th. Hoedemaker en P.G.Joosten
H.H. Peters te Meiderich over de werknemer M.J. Peters
Gebr. Meijer te Ruhrort over E.W. Rosmulder, in dienst bij hen
C. Meurs over C.S. Leenders, in dienst bij hem
A. Leenders Cz. over C.S. Leenders ook in dienst bij hem
Wed. J. Janssen over P.J.D. Ederveen, in dienst bij haar
Th.G. van Gendt over J. Willems, U.W. Schippers en G. Heuvingveld, in dienst bij hem
Commissaris van Politie te Nijmegen over J.R. Holland, daar in dienst
Th. Meijer te Haalderen over werknemer Ant. Milder
A. Lenderink over de werknemer W.A. Milder
Th.Th. Bosman over A.Th. v. Gendt, in dienst bij hem
Wed. C. Burgers over de werknemer G.B. Nienhaus
Gebr. Borgards te Angerhausen over hun werknemer J.A. Helsen
Gebr. Burgers te Weurt over P. Derksen Wz.
J. de Beijer over de werknemer G.Th. Helsen
Th. Burgers Cz. over de werknemer G. Teunissen
J.G. Kersten te Pannerden over de huurder P. Joosten
Van Berckel te Beek over de huurder U. Kerkman Jhr.
Th. Joosten Dz. over huurder P. v.d. Velde
W. Janssen Gr. te Lent over huurder A. Hermsen
W. Janssen over huurder Th. Teunissen
G. Janssen Cz. over de huurder H. Buurman
A. Hendriks over de huurder Ad. Evers
G. Hendriks over de huurder Th.P. Huisman
U. Gerrits over de huurder U. Brouwer
Alb. Gerrits over de huurder H.C. de Beijer
Alex Cornelissen Gz. over de huurder Th. Burgers
J. Terwindt te Nijmegen over de arbeiders Th. Huisman, A.H. Derksen, T.H. Leenders, J.Th. Huisman, J.A. Janssen, W.J. Huisman
Gebr. Terwindt te Nijmegen over arbeiders P. van Rijn en G. Kers
Firma Rat. Arntz over W. Hoedemaker, U. Hoedemaker en W. Wannet, in dienst bij hen
G. Wegh. Jr. over de huurder Th. Brouwer
J. de Vries te Angeren over de huurder J.U. Aarntzen
Herm. de Vries over de huurder Joh. Rensen
Th. Visser over de huurder A. Braam
Wed. Uilenbroek te Bemmel over de huurder J.J. van Groningen
H. Teunissen Gz. te Lobith over de huurder A. Hermsen
J. Hoek te Bemmel over de huurders Th. Teunis-sen, W.J. Seegers en over de laatste werd ook informatie gevraagd aan M. Seegers.
L.A. Pekel over de huurder T. Janssen
Th. Otemann over de huurder J.B. Frits
H. Opgenoort Pz. over de huurder J.B. Berns
J. Milder Jr. over de huurder R. Milder
G.U. Leurs over de huurder J.H. v. Alst
Th. Leenders te Vilsteren over huurder J.H. Derk-sen
H. Leenders over huurder Ant. Braam
H. Cornelissen Az. over de huurder J.W. Willem-se
Joh. Cornelissen Wz. over de huurder H. Wiltink
Gebr. Burgers te Weurt over de huurder M.A. de Beijer
Gebr. Kiefer te Duisburg over hun arbeiders Th.B. Cornelissen, Jan van Duren en Arn. v.d. Brink
Joh. Pastoors te Emmerich over de arbeider P. Hendriks Mz.
J.A. Hendriks over de arbeider Th. Hendriks
Hulppostkantoorhouder over Van Gaasbeek, daar in dienst
D. van Kraaijkamp over werknemer G. Aaldering
C. van Kraaikamp over werknemer B. Hofs
Gez. Holland over arbeider L.Th. Janssen
Wed. D. Stapel over huurder P. Janssen Cz
Fr. Rasing over de huurder P. Janssen Cz.
M. de Beijer over de arbeider P. Derksen Wz.

Ditmaal zullen er in Gendt weer veel meer mensen hebben kunnen kiezen. Alles was weer een beetje ‘normaal’ geworden.

Yvonne de Boer-Ravestein

 

 

Archeologie aan de oevers van de Waal bij Gendt

Zeker wanneer het water laag staat, mag ik graag langs de oever van de Waal in Gendt struinen. In november vorig jaar had de rivier de laagste waterstand sinds 1995 bereikt. Voor mij best span-nend, want al sinds 1973 zoek ik langs de oever van de Waal naar objecten uit het verleden.

De situatie van de Waal zoals we die nu kennen met de kribben is er al vanaf 1868. Wie benieuwd is hoe deze rivier vanaf 4500 jaar geleden tot op heden zijn weg heeft gevonden ter hoogte van Gendt, kan dit lezen in de artikelen van Aldo Janssen in de twee boeken die de Historische Kring Gente heeft uitgegeven in 2008 en 2013.


archeo kaartVanaf de westgrens bij Haalderen tot aan de oostgrens van de voormalige gemeente Gendt bij Doornenburg heb ik alle oevergedeelten tussen de kribben van 1 t/m 35 verkend.

Ook zijn er vondsten uit een veel verder verleden te vinden. De Saale-ijstijd (ca. 370.000 tot 150.000 jaar geleden) liet een brede heuvelketen van leem, zand, grind en zwerfkeien in ons landschap achter. De resten hiervan kunnen we nog zien in Nijmegen, Montferland, Arnhem en Rheden. Een groot gedeelte van deze stuwwallen ligt diep begraven onder ons landschap, zo ook in Gendt. Op sommige plaatsen snijdt de rivier de voet van deze stuwwal in Gendt aan. We vinden resten van mammoet, wolharige neushoorn en met een beetje geluk ook resten van werktuigen van de mensen die op de hellingen van de stuw-wallen leefden.

Alle vondsten die ik per vak gedaan heb, zijn voorzien van een nummer en door mij in bruikleen gegeven aan de historische kring. Ze liggen opgeslagen op de zolder in ons archeologisch depot. Ze dateren uit de prehistorie, Bataafse periode, zijn Romeins, Merovingisch of Middeleeuws en natuurlijk zijn er ook meer recente objecten uit deze druk bevaren rivier. In de loop van de veertig jaren, dat ik regelmatig langs de Waal struinde, is er een groot aantal bijzondere zaken boven water gekomen.


In 2009 was er wel een heel bijzondere vondst: de Biber (bever), een minionderzeeër, die gebruikt is bij de aanval op de brug van Nijmegen in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Die was achtergelaten in vak 875, een hectometer aanduiding langs de Waal.
In ons kringblad Ganita mare van 2009 nr. 3 en 2015 nr. 2 kun je meer lezen over deze unieke vondst. Gevonden in Gendt, aanvankelijk in bruikleen gegeven aan het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en sinds kort permanent geëxposeerd in fort Pannerden.

De kinderen Jo en Bertus Terwindt en Hendrik Arends, zijn vroeger als eersten bij twee Bibers geweest die ze op het strand aantroffen. Ze namen verschillende dingen mee, onder andere de gepantserde ruiten van de commandotoren. Ook de accu’s; deze werden verkocht aan Nijmeegs Jopie.

Recent ontdekte ik dat er nog meer spullen uit de Biber in Gendt achtergebleven zijn en wel in het ouderlijk huis van de Terwindts. Jo haalde een gedeelte van de as uit de Biber, Bertus nam een kompas mee.

Barrie, zoon van Jo Terwindt, vertelde mij onlangs dat volgens hem in het ouderlijk huis nog een ijzeren stang op de zolder onder het hooi moest liggen, die van zijn vader was geweest. Hij zou hem voor mij op gaan zoeken.


Henk, zoon van Bertus, die momenteel in Maastricht woont. stuurde mij foto’s van het kompas. In de beschrijving van de Biber wordt ook het kompas genoemd. Er staat: ‘Bijhouden van dieptemeter, kompas en periscoop’. In feite moest de bestuurder dus veel dingen tegelijk doen. Mogelijk was het ook handig om deze om je pols bij je te hebben.

archeo kompasHet zou mooi zijn dat ook deze stukken bij de Biber tentoongesteld kunnen gaan worden, zeker nu de Biber zo’n prominente plek in fort Pannerden gekregen heeft.Barrie en Henk geven aan dat ze emotionele waarde hechten aan de voorwerpen die hun vader als kind gevonden heeft. Ik kan er wel iets bij voorstellen.Barrie overweegt, indien er belangstelling voor is, de as van de Biber tijdelijk in bruikleen te geven.

In sommige kribvakken worden relatief veel vondsten gedaan uit één periode. Er is één vak waar heel veel Romeins gevonden wordt. Vooral veel aardewerk, van zeer grote voorraadpotten tot grote wrijfschalen, waarvan één met twee stempels van de maker. Bij het zetten van de eerste naamafdruk gleed de stempel uit en was zijn naam niet meer goed leesbaar. Vanwege zijn gevoel voor kwaliteit of misschien eigenwaarde besloot hij zijn naam opnieuw op deze wrijf-schaal te gaan zetten.

Wie de maker van deze schaal was is door dhr. Wim Tuijn van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afd. Nijmegen uitgezocht. Het was Mainina, een pottenbakker die in Trier gewerkt heeft.

Er zijn meer mensen die het leuk vinden om te struinen langs de stranden van de Waal. Als ze iets bijzonders vinden, melden ze dat meestal aan onze kring om er achter te komen wat ze gevonden hebben. We onderzoeken dan de vondst en leggen dit vast.
Als ze zelf geen belangstelling voor het voorwerp hebben, kunnen ze dit ter beschikking stellen aan de kring. Ze kunnen dan een verklaring tekenen dat ze het afstaan of dat ze het in bruikleen geven. Zo ook Linda Derks, die op een maandagavond ons op de kring een bezoek bracht.
Ze had een voorwerp bij zich: een wieltje met een ijzeren staafje. Ze dacht dat het een katrol was. We gaan dan de vondst determineren en conserveren.
Zij heeft het geschonken aan de historische kring.

Het zoeken is niet zonder gevaar. Er komen regelmatig explosieven boven water: een antitank-mijn, granaten en kogels. Deze worden dan door mij gemeld aan de politie, die dan meestal direct komt kijken. De gevaarlijke explosieven worden veiliggesteld om geruimd te worden.
Als je dit soort dingen langs de Waal vindt, neem het dan niet mee en blijf ervan af!

Als lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en als bestuurslid van de Historische Kring Gente heb ik deel mogen nemen in de klankbordgroep van de gemeente Lingewaard.
Mijn taak hierin was alle historisch belangrijke zaken van Gendt te inventariseren en in kaart te brengen, zo ook de uiterwaarden en de Waaloever van Gendt.

Voor 38 objecten vond ik het de moeite waard dat deze een beschermde status kregen. Ze zijn opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Lingewaard, behoudens de vermeldingen in de Waal.

Deze kaart betreft het cultureel erfgoed tussen Rijn, Waal en Pannerdens Kanaal. Inmiddels is deze kaart door het College en de Raad vastgesteld.
Vanaf dan is de gemeente Lingewaard gehouden om bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met de bescherming van de cultuurhistorische waarde van de objecten van Gendt.

In diezelfde periode kreeg ik ook het onderzoek van de universiteit van Wageningen en de universiteit van Groningen onder ogen. Dit was een onderzoek naar de archeologische objecten in het stroomgebied van Waal en Rijn. Het belangrijkste van dit onderzoek was voor mij, dat ook de locaties in de Waal vermeld waren.

Ook was er een aantal nieuwe locaties aangegeven met de vermoedelijke ouderdom van objecten. Die waren mij totaal onbekend. Vooral de wrakken in de Waal trokken mijn belangstelling. De locatie van de mini-onderzeeër stond niet op de locaties, wel posities van andere wrakken. Eén bij de steenfabriek De Zandberg (onderdeel van de Rodruza-groep) en één bij Camping Waalstrand. Deze locaties hadden dan ook mijn volle aandacht bij lage waterstand in de Waal.

Door dhr. Wim Seegers, die in een dienstwoning bij de steenfabriek De Zandberg woont, werd contact opgenomen met Henk Klaassen van onze kring. Hij had aan de oever aan de Waal tegenover zijn woning de resten van een houten schip gezien. Al snel werd er een afspraak gemaakt met Henk Klaassen en mij en werd het wrak bekeken.
De stand van de Waal was erg laag; een gedeelte van de voorsteven en de spanten staken boven het water uit. Bij het passeren van de grote duwvaart-schepen wordt het water eerst opgestuwd, waarna er een zuiging ontstaat, die een tijdelijke waterverlaging veroorzaakt. Tijdens deze lage stand werd een deel van de bodem zichtbaar. We konden zien dat dit een houten schip was geweest en dat het geladen was met bakstenen, die opgetast lagen op de bodem van het schip.

Op grond van de afmetingen van de stenen kunnen we vaststellen dat dit schip gebruikt werd in de periode van eind 19e/begin 20e eeuw voor het vervoer van bakstenen.
De heer Seegers liep het water in en kon ons een paar stenen overhandigen. De baksteen was een handvorm steen met de afmetingen: lengte 22 cm, breedte 10 cm en dikte van 5 cm.

Op de verwachtingskaart stond dit wrak aangegeven als een deel van een scheepswrak uit de periode Middeleeuwen.
Het wrak ligt in het gebied tussen de kribben. Rodruza (De Zandberg) was in die tijd al in gebruik als steenoven.
Omdat het gaat om een deel van het schip, kan het zijn dat het gezonken is tijdens zijn laatste vaart.
De dagbladen hadden veel belangstelling voor deze vondst. In het journaal van RTL en het jeugdjournaal werd deze vondst en mijn toelichting hierop uitgezonden.

Deze vondst van het wrak is door mij ook gemeld aan het bevoegd gezag. Marianne Schuurmans, burgemeester van de gemeente Lingewaard, heeft deze melding doorgegeven aan de regioarcheoloog, de heer Joris Habraken.

Op dit moment worden de delen van het wrak onderzocht door een dendrochronoloog, die de ouderdom en herkomst van het eikenhout onderzoekt, waarvan het schip is gemaakt.

Het andere wrak bij Camping Waalstrand betreft een houten schip, een volledig schip dat vrij diep ligt. Tijdens de laatste lage waterstand was dit schip niet zichtbaar.
De eigenaar van de camping, Roger Cornelissen, wist mij te vertellen dat hij als kind bij extreem laag water gespeeld had op dit schip. Er zijn toen ook foto’s gemaakt van de resten. Op die locatie zijn oeverwerkzaamheden verricht. Mogelijk is dit wrak toen verwijderd: volgens Roger lag het toen vrij diep. Een andere mogelijkheid is dat het toch bewaard is in de kleigrond, waardoor het goed geconserveerd zou zijn. Een aandachtspunt voor ons om deze locatie in de gaten te blijven houden.

Archeo wrijfschaalEen andere locatie die mijn aandacht heeft, is waar de Waal uit 1600 de huidige Waal kruist. Op de oever van de Waal uit 1600 vind ik regelmatig netverzwaringen uit deze periode. Het zijn gebakken stenen met bovenaan een gat. Ze werden gebruikt om de netten te verzwaren, zodat het net op de bodem van de rivier bleef staan. Deze manier van vissen werd voor het eerst toegepast door de Romeinen. In Gendt is het gebruik van netverzwaringen in een latere periode gekoppeld aan de zalmvisserij op de Waal.

Ook tref ik netverzwaringen aan die gemaakt zijn van hergebruikte baksteen waarin een gat gehakt is of van Romeinse dakpannen en van puimsteen. Het laatste is een vulkanisch gesteente, dat als rolsteen door de Rijn en Waal hier afgezet is. Het is afkomstig uit de Eifel in Duitsland dat ± 10.000 jaar geleden een vulkanische regio was. Verder treffen we bakstenen aan in diverse formaten, IJsselsteentjes uit 1700 en middeleeuwse kloostermoppen (een tweetal: lang 25,5-26 cm, breed 12,5-13 cm en dikte van beide 6 cm).

We kennen twee locaties met kastelen of adellijke huizen bij Gendt, die door de rivier verzwolgen zijn. De ene is het kasteel van Hulhuizen. Stroomafwaarts van deze locatie vond ik enkele grote stenen kloostermoppen, die mogelijk hiervan afkomstig kunnen zijn.
De andere locatie is die van de Cleverenburg, een adellijk huis van Erlecom, dat voor ± 1600 n.Chr. bij Gendt hoorde.

Pastoor Jansen van Leuth die voor de tentoonstelling Gendt 750 jaar stadsrechten in 1983 de kaarten beschikbaar stelde en die een uitgebreid onderzoek naar de Cleverenburg heeft gedaan heeft aan de hand van de historische gegevens de locatie bepaald.
Ook op deze plaats, maar dan aan de Gendtse oever vind je resten van bewerkt natuursteen en weer de grote bakstenen, de z.g. kloostermoppen.

Soms vind je er ook verhalen over de historie van Gendt aan de Waaloever. In dit geval van de vissers, die je daar ook regelmatig aantreft. Aan de oever van de Waal hoor je over de middeleeuwse gebouwen van Gendt. Laatst vertelde mij iemand dat hij als de bewoner van het huis Waalzicht op de dijk gewoond had. Hij vertelde mij dat de kelders van het huis gemetseld waren van kloostermoppen. Op de kaart van ± 1600, overigens de mooiste kaart van Gendt die ik ken, staan op deze locatie gebouwen getekend. En aangezien de dijk hier nog op dezelfde positie ligt als in 1600, is mijn vermoeden dat het resten zijn van deze gebouwen. Recent hebben we een stukje van de gracht van het middeleeuwse Gendt teruggevonden bij de bouw van de woningen aan de Burchtgraafstraat.

Hebben we nu twee locaties van het gebied wat in 1233 stadsrechten heeft verkregen? Je ziet maar weer, deze gegevens vind je ook op het strand aan de Waal.
De Waal blijft mij boeien: de rust, het geluid van de golven, de steeds veranderende omstandigheden die je aantreft, de dynamiek van onze rivier de Waal.

De Waal die bij tijd en wijlen zijn historische schatten aan ons prijsgeeft.

Gerard Janssen

Sectie Geografie en Archeologie

 

 

 

Bezoek familie Joodse onderduikers aan Gendt

Op 26 april bezocht een familie uit Israël en de Verenigde Staten onze historische kring. Sharon Cohen, op de foto links met haar zoon, is de dochter van Nathan Cohen. Deze Nathan was als kind met zijn Joodse familie in de oorlog ondergedoken in Gendt bij het gezin van de Gendtse politieman Theo van Dalen. Na de oorlog is Nathan geëmigreerd naar Israël. Daar heeft hij in 1995 op verzoek van zijn drie dochters de belevenissen in de oorlogstijd beschreven in een verslag dat wij ooit hebben gepubliceerd in ons blad. Hier volgt een kort stukje eruit:


onderduikerWe kwamen ’s avonds laat bij Theo thuis aan en kregen een warm welkom. Theo was politieman in Gendt(….). Hij woonde in een klein boerderijtje. Het huis had 2 verdiepingen en een kelder. De benedenverdieping had ook een deel of dorsvloer, een open ruimte in huis waar boeren hun koeien en varkens in de winter hielden. (…). De drie kamers op de begane grond waren de woonkeuken achter en de ‘mooie’ kamer aan een kant van de gang en een logeerkamer aan de andere kant. De deur van de kelder en de trap naar de 2 e verdieping waren ook aan die kant van de gang. In landelijke gebieden is de mooie kamer alleen voor speciale gelegenheden en is meestal afgesloten met meubels die met lakens afgedekt zijn. Op de bovenverdieping was de slaapkamer van Theo en zijn vrouw en een slaapkamer voor zijn twee kinderen en een kleine zolder. De zolder zat gedeeltelijk boven de logeerkamer. De deel was 2 verdiepingen hoog en had een hooizolder boven een kant. Ik noem de indeling van het huis, omdat mijn verhaal erop terugkomt en ik later nog verschillende delen van het huis zal noemen. Onthoud dus dat het huis een klein boerderijtje was, juist groot genoeg voor een gezin van 4 of 5 personen en een of twee varkens in de deel. Theo had de logeerkamer in tweeën gedeeld door middel van een loze muur van triplex, en had de muren behangen, zodat je niet kon zien dat er een kleine kamer achter verborgen zat. Deze kleine kamer kon je betreden door een verborgen deur in de zolder. Deze verborgen deur was zo ingenieus gemaakt dat die moeilijk te zien was. Deze kleine kamer was onze schuilplek en ook onze slaapkamer.


De dochter van Nathan, Sharon, bezocht met haar familie de plaatsen waar haar vader in Nederland geleefd heeft. De wederwaardigheden van haar ouders en verwanten zijn verzameld voor een historisch en kunstzinnig boek dat de familie gaat uitbrengen. Door hun bezoek aan Gendt wilden ze een duidelijker beeld krijgen van die tijd. Zij kregen bij de kring een PowerPoint met Gendtse oorlogsfoto’s te zien en onze archieffoto’s en brachten een bezoek aan het oorlogsmuseum in de kelder. Daarna werd samen met Geert Visser, Henk Klaassen en Yvonne de Boer een wandeling gemaakt naar het oude gemeentehuis aan de Markt, waar Van Dalen als politieman werkte en naar de plaats waar in de oorlog het woonhuis van Van Dalen stond, waar haar vader verbleef. Dat huis in de Dijk-straat is na de oorlog herbouwd. Voor dat nieuwe huis, toch de oorspronkelijke plek, werd onderstaande foto van hen gemaakt. De gevelsteen daarvan zegt het nog: Verloren en Herrezen 1952.

Yvonne de Boer-Ravestein

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn