Historische Kring Gente

Archief: Ganita Mare 2016 no. 1

 

 

 


Ganita Mare is ons huisorgaan. 
In deze sectie van onze site treft u vooral opmerkelijke zaken aan uit eerdere uitgaven van ons blad Ganita mare. 
Deze pagina wordt met een zekere regelmaat vernieuwd, maar loopt altijd een jaar achter op de uitgebreidere papieren versie.

Hieronder is op dit moment een kleine greep uit Ganita Mare 2016 no. 1 te lezen.
Voor de aktuele Ganita Mare moet u natuurlijk wel eerst even lid worden, dan krijgt u zelfs de papieren versie in uw brievenbus!

Dat leest nog makkelijker ook.


Onderwerpen:

 

 

 

Verloren zaken

 

AntoniusMijn moeder had een vriend. Denk er nu niet meteen verkeerd over, want het was wel een heilige, namelijk St. Antonius. Als zij wat kwijt was, dan werd al gauw het bekende gebedje gepreveld: ‘Heilige Antonius, goede vrind, maak dat ik het .... (naar believen in te vullen) vind.’ En verdomd als het niet waar was, binnen de kortste keren had ze het verloren voorwerp weer terug. Ze zei dan: ‘Antonius heeft gezegd, dat ik mijn paspoort in de klerenkast moet zoeken’. En bij het zoeken vond ze dan inderdaad het paspoort in een jaszak, de verloren knoop onder de keukentafel en ga zo maar door.
Soms moest ze een paar uur op de aandacht van St. Antonius wachtten, maar dan gaf hij haar toch weer een ingeving. Een keer was ze haar bril kwijt. Opeens knapte er iets in de kachel en wist ze meteen dat ze haar bril ongemerkt met de aardappelschillen in het vuur gegooid had. Antonius hoefde niks meer te zeggen.

Wij deden altijd thuis wat lacherig over haar relatie met Antonius, al helemaal toen ze haar horloge op een dag kwijt was. ‘Heeft Antonius nog niks gezegd?’ Maar Antonius had toen wat langer werk. Na enige dagen hoorden wij dat Antonius gezegd had dat ze niet hoefde te zoeken, maar dat ze het uiteindelijk terug zou krijgen. ‘Ja dat zal wel, lekker makkelijk’

Tussen mij en Antonius werd het nooit wat. Ik probeerde hem ook wel eens aan te roepen, maar niks, nada. Alles wat ik kwijt was, bleef vaak kwijt. Verdwenen in een zwart gat ergens in huis, dat als ik in de buurt kwam een aanzuigende werking had. Zo had ik opeens nog maar één exemplaar over van mijn drie zilveren armbanden. Was mijn geloof, hoop en liefde bedeltje verdwenen, maar had ik nog wel het kettinkje enzovoort.

Jarenlang pestten we mijn moeder dat Antonius haar met dat horloge maar mooi in de steek had gelaten. Tot het fietsenschuurtje een keer uitgemest werd. In een hoekje tussen verfspullen op de vloer lag het horloge. Klaarblijkelijk losgeschoten toen ze haar fiets gepakt had. Moeder triomfeerde. Antonius had weer eens gelijk gehad. Wat maar eens aantoont, dat Antonius alleen voor de ware gelovige werkt.




Yvonne de Boer-Ravestein

 

 

 Herinneringen van Aert van der Goes van Naters aan de Gendtse Familie

Jonkheer Aert van der Goes van Naters (19-11-1863 tot 30-12-1929) was een kleinzoon van Aert van der Goes die van 1835-1872 burgemeester in Gendt was.
De (achter)naam Van Naters kreeg hij toen zijn gezin in 1919 door een schenking van de heerlijkheid Naters in de adelstand werd verheven. De jonkheer had een drukke advocatenpraktijk en woonde aan de Oranjesingel/hoek Staringstraat in Nijmegen. Hij was president-commissaris van de stoomtram en had als zodanig de bevoegdheid om de tram op elke gewenste plaats onderweg te laten stoppen. Dat zegt al wat van zijn macht. Van der Goes van Naters schreef in 1912 zijn jeugdherinneringen aan Gendt op (bewaard in het archief te Delft, nr. 699-285), die ons een beter inzicht geven in het leven van zijn grootouders, burgemeester Van der Goes en Gendt in die tijd.
Aert van der Goes

Mijn grootvader Aert van der Goes werd geboren te Ravenstein den 25ste mei 1803. Zijn vader na in 1795 te zijn uitgeweken en na in 't buitenland te zijn gehuwd, had zich bij zijn terugkomst hier te landen in dat plaatsje gevestigd omdat hij daar goedkoop kon wonen gelijk hem bij gelegenheid van een bezoek aan familie zijner echtgenote, in het naburige Batenburg woonachtig, gebleken was. Van zijn jonge jaren is mij weinig bekend geworden, in een brief van zijne moeder van 1816 wordt hij geprezen om de orde en netheid van zijn kamertje in het ouderlijke huis te Ravenstein. In 1817 was hij op kostschool op het instituut van den Admiraal van Kinsbergen te Elburg.
Uit een brief van zijne moeder aan een haren zoons lees ik dat hij in dat jaar tijdens de Nijmeegsche Kermis van bedoeld Instituut was weggezonden omdat hij, vertoornd over eene onrechtvaardige behandeling, een ondermeester een klap gegeven had. Met veel moeite werd deze aangelegenheid bijgelegd en hij op voorspraak van den Admiraal weer in genade aangenomen! Hij genoot eene zorgvuldige opvoeding van zijn hand bestaan nog een zestal teekeningen in waterverf, terwijl hij bedreven was in het spelen op de fluit. Zijn instrument is nog aanwezig en thans in het bezit van mijnen zoon Aert. mijn vader kon zich herinneren dat hij en zijnen zusters als kleine kinderen bij huiselijke feesten op de muziek dezen fluit dansten.

Van zijn jongelingsjaren is mij niets bekend. Den 11en Augustus 1827 woonde hij ten Gassel in Noord-Brabant alwaar hij een houthandel en houtzagerij dreef. In zijn huwelijksacte van 11 Augustus 1827 wordt hij als koopman aangeduid. Na zijn huwelijk bleef hij te Gassel wonen alwaar hem eenige kinderen - waaronder mijn vader werden geboren. In die dagen begon de Belgische opstand. De Belgen deden strooptochten in Brabant. Het wonen daar werd onveilig en onbehagelijk. De houthandel ging niet naar wens. Ik herinner mij mijne Grootmoeder te hebben hooren vertellen dat zij door de onzekere tijdsomstandigheden ernstige geldelijke verliezen hadden geleden. Hetgeen hen naar een andere woonplaats en een ander bestaansmiddel zal hebben doen verlangen. Mijn Grootvader zal dus gaarne gevolg hebben gegeven aan den roepstem van zijnen schoonvader Gerrit Willem Merkes - Burgemeester te Gendt in Over- Betuwe - welk, hoog bejaard - hij stierf in 1838 - hen te Gendt wilde zien wonen met de wensch om hem zijn opvolger als Burgemeester te zien. Kort na de geboorte van mijnen vader zijn ze dan ook naar Gendt verhuisd en hebben zij hun intrek genomen op het huis te Gendt bij de ouders mijnen Grootmoeder de echtelieden Merkes-Cock.

Tot Burgemeester benoemd werd mijn grootvader als zoodanig geïnstalleerd den 9en April 1835. Hij is burgemeester gebleven tot 14 October 1872. Spoedig - 2 December 1837 volgde zijne benoeming tot hoofdingeland van het Polderdistrict Over-Betuwe - en 21 December 1839 tot Heemraad in dit Polderdistrict welke
betrekking hij tot zijn overlijden 11 Februari 1875 heeft bekleed. In 1856 werd hij door het Kiesdistrict Elst gekozen tot lid van Provinciale Staten van Gelderland en nam 1e Juli 1856 als zoodanig eerstmaals zitting. Ook deze functie vervulde hij tot zijn overlijden.

Voorzeker gaf tot zijn verkiezing aanleiding zijn onverschrokken en menschlievend gedrag tijdens de waterramp in den winter van 1855, waardoor de Over-Betuwe een aangrenzende streken zwaar werden geteisterd, gelijk aanschouwelijke valt te zien uit het in mijn bezit zijnde plaatwerk "De waterramp van 1855". Door Z.M. den Koning Willem III werd hij wegens zijn gedrag bij die gelegenheid begiftigd met een draagpenning in zilver - welke - in mijn bezit - tot opschrift draagt "de Koning aan A van der Goes - en welke hem - daartoe naar het hof verzocht, door ZM persoonlijk met zeer waarderende woorden werd overhandigd. In de na deze waterramp ondernomen versterking der dijken heeft hij een zeer werkzaam aandeel gehad.

De vestiging mijner grootouders te Gendt is eene gelukkige gebeurtenis in hun leven geweest. Mijn grootvader verwierf een invloedrijke positie en wist zich tot voorspoed en welstand op te werken voornamelijk door oordeelkundige aankopen van landelijke bezittingen in de Betuwe. Mijn Grootmoeder verkreeg in haar erfportie het landgoed het Huis te Gendt. Haar moeder die 12 October 1857 - 90 jaren oud stierf - heeft levenslang bij hen ingewoond. In dit oude huis hebben zij verder levenslang gewoond. Daar vierden zij 11 Augustus 1867 te midden van een talrijk gezin hun veertigjarige huwelijksfeest.

Ik meen mij ter herinneren dat mijne oudste zuster en ik ook daarbij waren en dat er met kleine kanonnen vreugdeschoten werden gelost! Zowel aan mijn Grootvader als aan mijn grootmoeder heb ik een levendige herinnering behouden: bezoeken in de kersentijd en in de zomer met alle gezelligheid van het boerenbedrijf. Koeien, paarden, hooiberg, het vivan het oude huis. De groote lindebomen, het zitje op de grachtbrug behoren tot mijne aangenaamste jeugdherinneringen. Het oude uis was vol verschrikkingen o.a. een kamer met houten vloer waarin een bloedvlek, afkomstig van eenen vorige bewoner, den Baron des Villattes die zich daar had doodgeschoten. Op deze kamer stonden kasten vol oude boeken, ridderromans enz. waarin wij gaarne lazen.

Vol verwachting van toekomstig genot zagen wij reeds aan de overkant den rivier bij het Gendtsche veerhuis de oude groene mandenwagen op den dijk staan. Die ons, onder bestuur van den ouden Karel naar het Huis te Gendt zoude rijden. Mijne Grootouders hadden voor mij eene groote affectie. Ik was lang hun oudste en eenige kleinzoon den naam van der Goes dragend. Mijn Grootvader beschouwde mij als den stamhouder der familie.

In een nog in mijn bezit zijnden verjaardagsbrief vertrouwt hij dat ik een waardige stamhouder zal worden. Mijne Grootmoeder deed gaarne verhalen uit hare jeugd o.a. dat in 1813 - zij was toen 10 jaren oud - Kosakken op het Huis te Gendt waren ingelegerd. Dat zij daadwerkelijkbang was van die vieze zwaargebaarde mannen die de smeerkaarsen van onder de schouw in de keuken weghaalden om als ware het kaas op te eten! Zij was een uitnemende bestierster van het groote bedrijf, vee, kaas, boter, melk, op het Huis te Gendt en wist steeds den hoogsten prijs voor de vruchten in de groote boomgaarden die er omheen lagen te bedingen. Zij bakte zelve het brood voor het gezin; ik zie nog voor mij dat dit werd gekneed en in een groote oven in de keuken werd geschoven! Na 48 jaren van gelukkig samenzijn kwam ook voor hen de onafwijsbare scheiding!
Suzanna van der Goes MerkesMij staat nog levendig voor de geest dat wij op een vroege Februarimorgen van 1875 te Beek het bericht van het plotseling overlijden van mijnen Grootvader ontvingen. Eene beroerte had den vorigen avond een einde aan zijn leven gemaakt! Met grooten plechtigen eenvoud werd hij te Gendt ter aarde besteld. Ik wandelde mede in den stoet. Mijne Grootmoeder leefde nog zes jaren langer. Haar levenslamp werd slechts langzaam en niet dan na een smartelijk lijden uitgeblusd. Ook haar begeleide ik mede ten grave. Een harer schoonzoons de Predikant E.Th.H. Wolf te Utrecht hield eene treffende grafrede en eindigde met de navolgende woorden, door mij overgenomen uit een Album mijner moeder:

















Hoe werkzaam al haar dagen
in 't vele dat zij deed!
Hoe leed zij zonder klagen
Al het lijden dat zij leed!
dat elk haar beeld waardere 
berustend stil van zin
een schoone krans ter eere 
voegt aan haar moedermin.
Haar tijd is nu volstreden 
haar dagtaak nu volbracht 
O dekke nu haar leden 
de schoot van het aardrijk zacht.
Die schoot verwacht ons allen 
als 't eindlijk aardsche lot
Zie grijze en kinderen vallen
des levens Heer is God
Die God die heel ons leven
in 't hoogst en hemelsch goed 
en welke ons namaals geven
wat eeuwig juichen doet. 
Dit heil is hen beschoren 
aan wie zich Christus bood. 
Zij worden dan geboren 
als ze ingaan in den dood!


Kerstmis 1911 1 september 1912.
A. van der Goes (later van Naters)



Burgemeester Aert van der Goes

De Gendtse burgemeester Aert van der Goes, waarvan we iets van de levensloop hiervoor konden lezen, kwam uit een aanzienlijk regentengeslacht dat zijn oorsprong in Zeeland en Delft had. De mannen daaruit bekleedden al eeuwenlang hoge functies in het land. Ook de vader van de Gendtse burgemeester Aert van der Goes was burgemeester geweest, maar uit het verhaal dat hij goedkoop wilde wonen, is op te maken dat hij niet bijzonder rijk zal zijn geweest. Toch was hij invloedrijk, want toen Aert een ondermeester geslagen had – een zwaar vergrijp – werd hij op voorspraak van zijn ouders toch weer op de kost- school toegelaten. Toen Aert met de dochter van de Gendtse burgemeester, Susanna Merkes, trouwde, was hij in bezit van een houthandel en -zagerij. Er bestaat kort voor zijn huwelijk op 11 augustus 1827 een brief van zijn oom uit Eijkenduinen, d.d. 28 juli 1827 (Delfts archief, 699-254) aan Aert ‘in het huis van heer Merkes’ waarin staat dat zijn molen op naam van de bruid moet komen ‘ter voorkoming van schade’. Daarin worden ook het Huis te Grave en Loonsche goederen als zijn eigendom genoemd.

Van der GoesAert was dus niet onbemiddeld, net als Suzanna oftewel haar familie, en het huwelijk werd op huwelijkse voorwaarden gesloten (Delft, 699- 255). Hierin wordt Aert koopman te Gassel genoemd en Susanna zonder beroep. Beide waren niet aansprakelijk voor de schulden van de ander en zouden eigen inkomsten en goederen houden. Of het echtpaar meteen in Gassel kwam te wonen, is onduidelijk, want hun dochter, precies negen maanden na het huwelijk geboren in Gendt, werd daar ook gedoopt. Aert had desondanks tijd om te studeren, want hij schreef in dat- zelfde jaar 1828 een proefschrift over de vergelij- king van het Romeins met huidig recht en werd kandidaat-notaris.

In Gassel werden in de volgende jaren nog drie dochters en een zoon, Franc, geboren. Een van de dochters stierf daar al als peuter (1831-1834). De zoon van genoemde Franc is de schrijver van het vorige stuk, de herinneringen, geweest. Aerts houthandel kwam, zoals we hebben kunnen lezen, in een neerwaartse spiraal terecht en het echtpaar gaf in 1835 waarschijnlijk zonder aarzeling gehoor aan de wens van Merkes om naar Gendt te komen om daar burgemeester te worden. Ze konden op landgoed Huis te Gendt inwonen. Merkes was er toen al vier jaar burgemeester. Hij had het jaar daarvoor een attaque gehad, waardoor zijn rechterhand verlamd was. Dat zal ook wel een aanleiding zijn geweest om zijn ambt neer te leggen. Het was blijkbaar een uitgemaakte zaak dat de schoonzoon van de burgemeester in Gendt bij zijn komst ook meteen burgemeester werd. Dat gebeurde ook. Hier werden nog twee dochters en vier zonen geboren, waarmee het aantal kinderen op tien kwam.

Een van die zonen, Jacob, is op zijn beurt na Aert weer burgemeester van Gendt geworden en wel in 1872. Aert is dus 37 jaar burgemeester ge- weest en moet daar met zijn nevenfuncties een machtige, onaantastbare positie gehad hebben. Van de Gendtse bevolking was blijkbaar weinig tegenwerking te verwachten bij de beslissing om ook zijn zoon Jacob weer burgemeester te maken. De komst naar Gendt bleek voor het echtpaar Van der Goes-Merkes heel winstgevend. Aert kreeg vrijwel meteen naast het burgemeesterschap de al in het verhaal genoemde andere ambtelijke functies. Na een drietal jaren, in 1838 stierf schoonva- der Merkes aan nog weer een attaque. Hij was 75.

Zijn vrouw Sybilla Merkes zou hem nog bijna twintig jaar overleven en bleef wonen op Huis te Gendt. Zij erfde de helft van Huis te Gendt en Suzanna de andere helft. Schoonvader Merkes, die als landbouwer rond 1797 in Gendt gearriveerd was, was kort daarop al wethouder geworden en in juli 1831 burgemeester. Hij stierf als grootgrondbezitter. In het testament opgemaakt bij het overlijden van zijn vrouw in 1858 wordt o.a. als grond in eigendom genoemd de Kelder, Vijfhonderd, Domheeren- land, St. Walburgen, Groote Steenbergen, de Waaijen, Vleumingen en Huismansmorgen en verder hofstede De Heg en de Welderman. Het verblijf in Gendt had Merkes dus geen windeieren gelegd. De totale erfenis werd geschat op ƒ 48.939,–, een heel aanzienlijke som in die tijd en verdeeld onder de drie kinderen, waaronder Susanna en jonkheer Gerrit-Willem Merkes van Gendt en erfgenamen van de al overleden andere dochter Sophia.

Suzanna, koosnaam Daatje, kwam naast andere roerende en onroerende goederen helemaal in bezit van het landgoed Huis te Gendt. Overigens had ze al toen haar broer in 1842 Heer van Gendt werd, omdat hij de heerlijkheidrechten had gekocht, met haar broer het recht op twee zitplaatsen in de dubbele bank in de Hervormde Kerk in Gendt. Zij moesten dan wel de onderhoudskosten of vernieuwing ervan betalen en jaarlijks ƒ 1,– aan de armen geven. Haar broer woonde meestal in Den Bosch en Den Haag. Hij voerde inmiddels de titel jonkheer Merkes van Gendt, omdat hij vanwege zijn verdiensten als adviseur over defensie van de koning in 1846 in de adelstand was verheven. Een paar jaar later, in 1850, liet hij wel in Gendt een kasteel bouwen (in de buurt van de huidige boerderij de Hagevoort) maar dat was meer zijn buitenverblijf en daar zal hij niet veel vertoefd hebben.

In Delft is een aantal brieven van hem aan zijn familie in Gendt bewaard en daarin schrijft hij meestal over geldzaken die Aert voor hem moet regelen en bedankjes voor pakjes, hoofdkaas en aardappelen etc. die hij vanuit Huis te Gendt kreeg toegezonden. Aert was inmiddels een vertrouwensfiguur in zijn eigen en de schoonfamilie geworden. Men leende geld van hem, vroeg hem assistentie bij landaankopen en soms om zijn bemiddeling om een bepaalde positie te bemachtigen. Burgemeester Aert was het intussen ook zelf voor de wind gegaan. Hij kocht land, verleende hypotheken en was een soort bank van lening. Voor zijn kinderen was een gouvernante aangesteld. Hij behoorde tot de notabelen van Gendt en dat zijn zwager in de adelstand was verheven, zal zijn aanzien zeker verhoogd hebben. Kort voor zijn overlijden in 1875 bleek hij volgens een schatting van zijn bezit een kleine vijftig crediteuren en bijna het dubbele aan debiteuren te hebben, waaronder tal van bekende namen in Gendt. (voor stamboomonderzoek misschien wel leuk, was de stamvader toen een debiteur of crediteur en voor hoeveel geld? Te lezen in een afschrift in onze kringcomputer).

Aert bezat zelfs een schip, de Suzanna Maria, zo’n ƒ 4.000,– waard, dat na zijn dood verkocht of aan de kinderen geschonken was, omdat het in de boedelverdeling na de dood van zijn vrouw Suzanna in 1881 niet meer voorkwam. Hun zeven erfgenamen konden toen de geschatte erfenis van ƒ 172,480,– gaan verdelen. Hun onroerend goed werd geschat op f 144.510,– waaronder Huis te Gendt, de Nonnenkamp, hofstede het Nieuwe Getimmer met het Domheerenland, de Kelder, de Vijfhonderd, de Waayen, ’t Geerke, de Gebbegeer, de Lommerenboomgaard, Zandvoort, de Welderman en een aantal met name genoemde weiden. De hypothecaire schuldvorderingen bedroegen ƒ 2.861,55 en de effecten (ook in de beruchte Russische spoorwegen) ƒ 8.128,88, de vorderin- gen in contanten ƒ 20.624,95 en de inboedel ƒ 3.459,94, totaal actief ƒ 179.585,–.
De schulden bedroegen ƒ 7.105,– dus er bleef ƒ 172.480,– over te verdelen over zeven erfgenamen. Wat Aert in Gassel of in Grave of aan Loonsche goederen bezeten mag hebben, komt niet meer in de opsomming voor. Burgemeester Aert van der Goes werd begraven in de gemetselde familiegrafkelder (door hem aangeschaft in 1845) op de algemene begraafplaats van Gendt in het gedeelte der eerste klasse van de Hervormde Kerk. Zijn schoonvader oud-burgemeester Merkes was daar als eerste in
herbegraven en ook andere leden van de familie, zoals zijn schoonmoeder, vrouw en kinderen vonden er een plek; de laatste, hun jongste zoon, werd in 1920 bijgezet.

Vrijwel berooid in Gendt aangekomen is Aert als een rijk en machtig man geëindigd; rijk aan goederen en rijk aan kinderen. Wel triest dat hij tijdens zijn leven al van vier van de elf kinderen afscheid moest nemen. Niettemin is Gendt goed voor hem geweest.


Yvonne de Boer-Ravestein

 

 

 


Genees- en heelkunde in Gendt, deel II

De bestrijding van tuberculose komt op gang In de loop der eeuwen groeide tuberculose steeds meer uit tot een volksziekte die in het begin van de 19e eeuw zijn ‘hoogtepunt’ bereikte. Vroeger sprak men over de tering in plaats van tuberculose. Ook Gendtse artsen hadden daarmee te maken, omdat de slechte levensomstandigheden in het dorp en de boerenbedrijven met zieke koeien besmetting in de hand werkten. Het drinken van ongekookte melk van zieke koeien kon TBC veroorzaken. Lange tijd stond men er machteloos tegenover totdat de oorzaak, de tuberculosebacterie, gevonden werd door Robert Koch. De tuberculosebacterie bleek zich door de lucht te kunnen verspreiden. Door het hoesten en niezen van een patiënt met besmettelijke longtuberculose, komen bacteriën uit de longen vrij en kon een ander besmet worden. Door pasteurisatie van de melk en verbetering van de levensomstandigheden en uiteindelijk de ontdekking en behandeling met anti- biotica is TBC na de Tweede Wereldoorlog in Nederland sterk teruggedrongen. Robert Koch Robert Koch werd geboren op 11 december 1843 in Clausthal (gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen).
In 1862 begon hij zijn studie medicijen aan de universiteit van Göttingen en vier jaar later rondde hij zijn studie af. Na een kort dienstverband als legerarts tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870/1871), werd hij huisarts in Wollstein. Nadat hij als cadeau voor zijn 29ste verjaardag een microscoop van zijn vrouw had gekregen, bouwde hij een hoek van zijn Wollstein Klinik om tot laboratorium en begon er de ziektes van zijn patiënten te bestuderen. In 1882 maakte de ontdekking van de tuberculosebacil hem beroemd en in 1905 werd hij geëerd met de Nobelprijs voor geneeskunde. TBC-patiënten werden voortaan in sanatoria ondergebracht, waar zij door rust, goede voeding en gezonde lucht moesten genezen. Robert overleed op 27 mei 1910 in Baden-Baden.


Koningin Emma


Op 23 november 1880 werd Emma officieel beëdigd als koningin-regentes van Nederland. Toen Wilhelmina haar dochter in 1898 koningin werd, kreeg koningin Emma als dank voor haar werk een nationaal geschenk aangeboden: ƒ 300.000. De koningin woonde op paleis Oranje Nassau’s Oord bij Renkum. Emma liet bij haar paleis een tbc sanatorium oprichten, het eerste in Nederland. Omdat het geschenk niet toereikend was schonk zij nog eens ƒ 200.000. Toch zou het nog lang duren voordat TBC enigszins onder controle kwam, want zelfs na de Tweede Wereldoorlog kreeg in Gendt nog een aantal mensen deze ziekte. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was TBC hier bijna verdwenen, maar over de hele wereld komt tot op de dag van vandaag de ziekte nog voor. 1905-1941: Johannes Baptist Joseph Marianus Coenders, arts

DokterswoningDokter Coenders, zoals ze hem in Gendt noemden, was geboren op 14 januari 1876 te Meerlo (Limburg). Hij studeerde eerst aan het Theologisch Instituut Rolduc, maar koos later voor de artsenopleiding aan de UVA, de gemeentelijke universiteit te Amsterdam. Op 7 november 1905 volgde hij in Gendt Richardus Eykel op, die naar Arnhem vertrok. Coenders begon zijn praktijk in Gendt aan de Markt. Hij was benoemd als gemeentearts voor Gendt, Doornenburg, Pannerden en de Angerense polder. Zijn vervoer tijdens de 37-jarige dienstverlening bestond eerst uit de tilbury (paard met koetsje), soms de fiets of motor en later de auto. In 1908 trouwde hij met Gerarda Johanna Maria van Oppenraay uit Bemmel en ze kregen in hun huis aan de Markt zeven kinderen: Petronella, Johanna, Catharina, Wilhelmina, Johannes, Gerardus en Jozef. In 1926 liet Coenders door aannemer Stoffels uit Bemmel een prachtige villa bouwen aan de Nijmeegsestraat. Architect van de villa was Charles Marie François Henri Estourgie.

Aan de Nijmeegsestraat werden nog twee kinderen geboren: Ferdinand die na de geboorte maar 10 dagen leefde en daarna nog een jongen die weer de naam Ferdinand kreeg. De villa was zo ingericht dat aan alle eisen werd voldaan. Zo was er een wachtkamer, spreekkamer en apotheek. Gerarda verzorgde de medicijnen voor de patiënten. Dokter Coenders werd in 1928 voorzitter van het kerkbestuur en daardoor nauw betrokken bij de bouw van het klooster (het bejaardenhuis St Jozef). De bouw werd werd voortvarend aangepakt, want al het volgende jaar, op 28 april 1929, werd het geopend. De oudste dochter Petronella, geboren op 6 febru- ari 1911, trad trouwens later in bij de zusters Carmelitessen en is 1 september 1941 te Bandoeng overleden.

Eind 1941 beëindigde dokter Coenders zijn praktijk om gezondheidsredenen en op 12 mei 1942 overleed hij op 66-jarige leeftijd. Zijn zoon Johannes werd in de Tweede Wereldoorlog tewerkgesteld in Duitsland. Korte tijd na zijn terugkomst, op 16 juli 1945, overleed hij in het ziekenhuis te Nijmegen; hij was pas 25 jaar
Villa CoendersZijn moeder Gerarda Coenders-van Oppenraaij is op 2 maart 1956 overleden. Zij werd 69 jaar. De ongehuwde dochter Wilhelmina, die bij haar moeder was gebleven, is op 12 januari 1990 in Gendt op 73-jarige leeftijd overleden. Na de oorlog kreeg tandarts Van Loevezijn aan de westzijde van de villa zijn praktijk. Daarna verhuisde hij naar de Markt; in die woning had hij zowel woon- als praktijkruimte. In 1949 is de villa van Coenders aangekocht door de gemeente Gendt en verbouwd tot ge- meentehuis naar een ontwerp van ir. Charles Henri Bernhard Estourgie, zoon van de oorspronkelijke architect, Charles Marie. Het gebouw in neostijl werd onherkenbaar verbouwd en kreeg klassieke en Delftse School elementen. Ferdinand, de jongste zoon van dokter Coenders, op 7 november 1929 geboren, woont nog in Zwolle.

De eerste vrouwelijke arts
Inmiddels waren er ook meer vrouwelijke artsen gekomen. Aletta Jacobs was de eerste gediplomeerde vrouwelijke arts. Ze was geboren op 9 februari 1854 te Sappermeer. Zij was het eerste meisje dat toegelaten werd tot de opleiding tot apothekersassistente en vervolgens slaagde ze in 1878 voor het artsenexamen. In Amsterdam stelde ze zich twee ochtenden in de week beschikbaar om kosteloos hulp te verlenen aan arme vrouwen en kinderen. Aletta is overleden op 10 augustus 1929.

Doktersechtparen in Gendt

Vanaf 1943 kregen de Gendtenaren een aantal doktersechtparen: achtereenvolgens Johannes Burg en Rosina Burg-Bastiaan, daarna Hendricus Dijkhuis en Gezina Dijkhuis-Braakhuis en hierna kwam het doktersechtpaar Pieter Baselier en Neeltje Baselier-Dorrestijn.

1943-1954: Johannes Cornelis Burg en Maria Margaretha Rosina Burg- Bastiaan, artsen


Gendt kreeg in 1943 het eerste artsenechtpaar in een reeks van drie. Johannes Burg werd geboren in Batavia op 20 maart 1911 en Maria Burg-Bastiaan op 25 januari 1917. Het paar kwam naar Gendt en vestigde zich op de Markt in gebouw De Kroon. Ze kregen drie kinderen in Gendt: Maria, Hubertus en Elisabeth. Een jaar later, in 1944, was er een polio-uitbraak in Gendt. Meerdere jonge kinderen, waaronder mijn broer Gerard, werden getroffen door het poliovirus, ook wel kinderverlamming genoemd. Verschillende spiergroepen worden daardoor aangetast en in de ergste vorm leidt de ziekte snel tot onherstelbare verlammingen. Johannes Burg was de oprichter van de EHBO-afdeling in Gendt. Ook leidde hij de leden op. Volgens zeggen ontleedde hij eens een doodgereden kat in de EHBO-les. Hij pakte alles aan toentertijd. Ook trok hij tanden en hechtte diepe wonden op een dergelijke voortreffelijke wijze, dat er weinig litteken overbleef.

Eind 1945, tijdens de wederopbouw in Gendt, zette dokter Burg zich in voor de Gendtenaren die slecht gehuisvest waren. Na de Tweede Wereldoorlog stak TBC weer de kop op. Door de samenwerking van het Nederlandsche Roode Kruis, dokter Burg en burgemeester Jo van der Meulen konden alle Gendtenaren zich in 1947 laten onderzoeken op tuberculose. Van de Gendtse inwoners deed 60% eraan mee. Eind 1946 nam Burg met de Provinciale Gelderse Bond ‘Het Wit-Gele Kruis’ het initiatief om cursussen kraamverzorging te gaan geven in Gendt samen met zijn vrouw en zuster Bosman. Ook Lent, Bemmel, Huissen, Angeren en Doornenburg sloten zich daarbij aan. Tijdens de Thuisfrontdag op 23 februari 1949 werd door de Gendtse EHBO met medewerking van dokter Burg het initiatief genomen om in Gendt mensen te vinden die bloed wilden afstaan voor de gewonde militairen in Indonesië. 108 Gendtenaren gaven bloed. Het was nog in geen enkele plaats voorgekomen dat zoveel donoren bloed gaven. Waarschijnlijk kwam dat omdat zoveel Gendtse jonge mannen in Indië waren of daar nog naartoe moesten (Gendt telde 59 Indiëgangers).
In januari 1951 kreeg dokter Burg het Oorlogs-herinneringskruis met Gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen. In 1951 kon men zich weer laten onderzoeken op TBC door de STIMA (Stichting Massaonderzoek op TBC- verschijnselen in Gelderland).

De eerste grote naoorlogse polio-epidemie was in 1952. In 1956 volgde weer een polio-epidemie met 2206 gevallen in Nederland. Dat was tot dan toe het grootste aantal en het jaar daarop werd de poliovaccinatie ingevoerd.

Begin 1954 vertrok het echtpaar Burg naar Nijmegen. Johannes Burg werd directeur van de GG&GD te Nijmegen. Beiden zijn in Nijmegen overleden, Maria op 16 september 1979 en Johannes op 10 september 1997.

1954-1962: Henricus Josephus Petrus Maria Dijkhuis, doctor in de geneeskunde en Gezina Berendina Josefina Dijkhuis- Braakhuis, artsen te Gendt

Op 8 december 1953 kwam het paar naar Gendt en het nam op 15 februari 1954 de praktijk aan de Markt over van het echtpaar Burg-Bastiaan. Het paar heeft veel voor Gendt betekend. Zo richtten zij een consultatiebureau op voor kleuters en zuigelingen en waren ze betrokken bij de Stichting Hulp in de Huishouding, bij het Bejaardenhuis, EHBO en Rode Kruis. Zij stelden een gediplomeerd verpleegster aan in hun praktijk. In 1957 begon dokter Dijkhuis naast zijn praktijk een studie naar anticoagulantia (anti- stollingsmiddelen) en op 13 februari 1962 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit van Utrecht tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift ‘Anticoagulantia in de Huisartsenpraktijk’. Het gezin vestigde zich daarna in Lent.

Huisartsenpraktijk aan de Markt1962-2002: Petrus Josephus Adrianus Marie Baselier, doctor in de geneeskunde/ huisarts en Neeltje Baselier-Dorresteijn, arts Pieter Baselier werd op 16 juli 1929 geboren in Rosendaal. Na het gymnasium-bèta diploma en het artsenexamen (1959) was hij onder meer  controlerend arts bij het GAK. In 1962 vestigde hij zich met zijn echtgenote, ook huisarts, in Gendt aan de Markt in de voormalige praktijk van de dokters Dijkhuis. In 1963 volgde Pieter Baselier burgemeester Jo van der Meulen op als voorzitter van het Wit-Gele Kruis.

Eerdere voorzitters waren de burgemeesters Mulder en Crevels. In hetzelfde jaar hield Pieter een causerie over kanker voor de KAV (Katholieke Arbeiders Vrouwen). Of roken de kanker bevorderde, was moeilijk te bewijzen, maar er waren wel aanwijzingen, aldus de spreker. Het paar verhuisde in 1965 van de Markt naar het nieuw gebouwde huis, tevens praktijk, aan de Europalaan. Ze kregen drie kinderen in Gendt: Jacqueline, Machiel en Chantal.
Studeren zat Pieter in het bloed. Zo hadden medische techniek, sociale en psychosociale geneeskunde en onderwijskunde zijn interesse. Vanaf 1977 was Pieter Baselier parttime verbonden aan de RK Universiteit van Nijmegen. In 1983 promoveerde hij aan deze universiteit op het proefschrift Acute Bacteriële Urineweginfecties in de Huisartsenpraktijk. De structuur van de Gendtse huisartsenpraktijk en de medewerking van zijn patiënten was essentieel voor dit onderzoek dat vanaf 1980 was gehouden. Pieter is overleden op 26 maart 2002 op 73-jarige leeftijd.

Dokterswoning Baselier1962-1996: Neeltje Baselier-Dorresteijn

Neeltje werd geboren te Utrecht op 25 januari 1931. Ze vestigde zich met haar man als apotheekhoudend huisarts in Gendt. Haar interesse en zorg voor kleuters en bejaarden bleek duidelijk. Ze heeft zich onder andere ingezet voor de oprichting van de Gendtse peuterspeelzaal en later voor een speel-o-theek. Zij was medisch adviseur van het bestuur en directie van Verzorgings- huis St. Jozef. Gedurende dertig jaar werkte Neeltje als consultatiebureauarts. In 1974 kwam Marijke Theodora Wilhelmina Dekkers als huisarts hun praktijk versterken. Vanaf 1976 was Neeltje betrokken bij de beroepsopleiding voor huisartsen. 1 januari 1976 ontstond er een maatschap. Daarin nam ook Marijke Dekkers plaats. Later in 1990 maakte ook Gerard Steenhof als huisarts deel uit van deze huisartsengroep. Mevrouw Baselier werd bij haar afscheid in 1996 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Neeltje is 19 januari 2012 overleden te Veghel.  

1974-2007: Marijke Dekkers

Marijke Dekkers maakte deel uit van een gezin van zes kinderen: vier meisjes en twee jongens. Marijke is geboren op 27 juni 1944 en groeide op in Tilburg.
Ze ging na het gymnasium-bèta medicijnen studeren in Groningen. Haar co-schapplaatsen waren onder andere in Emmen en één jaar in Curaçao. Nog maar net afgestudeerd in Groningen begon ze 1 januari 1974 als huisarts in Gendt. Ze werkte samen met het doktersechtpaar Baselier, waar ze een gezamenlijke praktijk mee had. Marijke woonde eerst een jaar in de Dorpstraat bij de familie Van Driel en anderhalf jaar in de Dijkstraat in Gendt, waar iedereen haar wist te vinden. Hierna verhuisde ze naar de Europalaan. In 1976 begon ze een maatschap met het echtpaar Baselier. Later sloot Gerard Steenhof zich aan. Pieter Baselier stapte in 1988 uit de maatschap. In 1977 werd Marijke gevraagd bij Stichting de Klup, waarbij verstandelijk beperkten kunnen paardrijden. In 1983 ging Stichting de Klup over in Stichting Gehandicaptensport de Klubroosjes, waar ze voorzitter van werd. Deze Stichting won bij de Special Olympics in Athene een medaille. De Klubroosjes deden in 2003 ook mee aan de Wereldspelen in Ierland. Marijke Dekkers was meer dan dertig jaar huis- arts in Gendt. In 2007 verhuisde ze naar Elst naar de Van Oldenbarneveltstraat waar ze prachtig woont. Marijke is alleenstaand en werkte na haar afscheid als huisarts nog twee jaar op de dokters- post in Arnhem en later één dag per week als trombosearts in Nijmegen. Nu is ze veel op de golfbaan in Elst te vinden.

Nieuwbouw

In de Molenwijk lieten Marijke Dekkers, Gerard Steenhof en Ronald van Kempen na het stoppen van Neeltje Baselier-Dorrestijn in 1996 een nieuwe dokterspraktijk bouwen. Het pand staat aan de Kruigang.

1980-1981 en 1990-2011: Gerard Steenhof, huisarts

Gerard is geboren in Bemmel op 22 februari 1951 en woonde zijn eerste twee levensjaren in de villa van de vroegere Betuwsche Stoomtramweg Maatschappij aan de Karstraat in Bemmel. Later ver- huisde het gezin Steenhof naar de boerderij genaamd de Karbrug aan de Linge, eveneens aan de Karstraat, maar nu Huissen. Zijn ouders waren Johannes Steenhof en Maria Puplichuisen. Gerard studeerde in Nijmegen en had vanuit de Katholieke Universiteit Nijmegen een praktijkjaar in Boxtel (NB) i.v.m. zijn huisartsenopleiding. In 1975 trouwde hij met Lian ten Kate. In 1977 moest hij in militaire dienst als dienstplichtig arts. In 1979 werd Gerard waarnemend huisarts in Boxtel, waar het gezin ondertussen drie en half jaar woonde. Hierna werd hij van 1980 tot en met 1981 waarnemend huisarts in Gendt en woonde tijdelijk in de Dijkstraat. Het gezin verhuisde hierna naar Ouddorp op Goeree-Overflakkee, waar hij huisarts was van 1982 tot 1990. Daar was het gezin uiteindelijk compleet met drie dochters en een zoon. In 1990 kwam de familie Steenhof voorgoed naar Gendt. Gerard kwam in een maatschap waarin Marijke Dekkers en Neeltje Baselier zaten. Bij de EHBO gaf hij theorieles aan de cursisten. Ondertussen had ook Ronald van Kempen plaats genomen in de maatschap omdat Neeltje Baselier stopte. In 2011 beëindigde Gerard zijn loopbaan als huisarts. Hij is tegenwoordig agrariër op de boerderij de Karbrug.

1994-nu: Ronald van Kempen

Ronald is op 14 juli 1959 geboren in Roermond. Zijn ouders, Johannes van Kempen en Netty van Kempen-Slangen, kregen drie kinderen: één jongen, Ronald, en twee meisjes. Hij studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen van 1977 tot 1985. Van 1985 tot 1988 was Ronald als arts-assistent werkzaam in het zieken- huis van Helmond en daarna Heerlen. Hierna vol- tooide hij van 1988 tot 1990 de opleiding voor huisarts in Nijmegen. Daarbij liep hij stage in Arnhem en was vervolgens waarnemend huisarts in verschillende plaatsen in Nederland. Hij woonde in Arnhem. Daarna kwam Ronald in Gendt, waar Neeltje Baselier, Marijke Dekkers en Ge- rard Steenhof een maatschap hadden. Toen op 1 januari 1996 de nieuwe dokterspraktijk geopend werd, het eerste bouwwerk op de Molenwijk, kwam Ronald met Marijke en Gerard in een nieuwe maatschap. Neeltje Baselier was toen gestopt als huisarts. In 1996 trouwde Ronald met Georgia en ze gingen in Gendt wonen. Ze kregen twee kinderen: een jongen en een meisje. Toentertijd hadden artsen nog avond- en weekenddienst. Na het instellen van doktersposten kregen de artsen wat meer tijd voor zichzelf en hun gezin. Artsen hoefden nu ook niet meer in de plaats te wonen waar ze praktijk hielden; eerder was dat verplicht. In 2009 gingen Ronald en Georgia uit elkaar. Na het uittreden van de artsen Gerard Steenhof en Marijke Dekkers is er weer een nieuwe maat- schap ontstaan. Hierin hebben plaatsgenomen de artsen Ronald van Kempen, Maria Elbers, Erik Franssen en Linde Hendrikse. Alleen Ronald woont in Gendt. Als hobby is Ronald grensrech- ter bij de jeugd van de Bataven. Hardlopen doet hij vaak in het Gendtse Broek (Flieren) waar hij alle ruimte heeft om zich te ontspannen. Ook tennist hij bij LTC Gendt.

Gendtse Huisartsen Groep

De Gendtse Huisartsen Groep is een praktijk waarin huisartsenzorg over de gehele breedte wordt aangeboden aan de inwoners van Gendt en enkele buurdorpen. Buiten de vier huisartsen zijn er nog vijf assistentes werkzaam: Mary, Mirjam, Karen, Marije en Rebina en een praktijk-ondersteuner, Ilse.

Geaccrediteerde Praktijk

Sinds april 2015 heeft de Gendtse huisartsenpraktijk een officieel keurmerk gekregen. Het keurmerk Geaccrediteerde Praktijk van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Het betekent dat de Gendtse praktijk voldoet aan de kwaliteitseisen die het NHG stelt en dat deze praktijk actief werkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de patiëntenzorg.

Co-assistent

De Gendtse Huisartsen Groep werkt samen met het UMC St. Radboud bij de opleiding geneeskunde. Een aantal maanden per jaar is er een co-assistent werkzaam in de praktijk. Een co-assistent is in opleiding tot arts en werkt onder supervisie van een van de huisartsen.


Januari 2016
Henk Klaassen

 

 

 

 

Rondöm de kis


D’r ston ’n hele sjoeg ien de ri’j
En eiges was’k d’r ôk al bi’j
De lange Hent lei dood ien de kis
D’r ware veul minse, ’n hele wis

Nog ekkes kie-ke now dâ’r ’t nog kan
Want zummedeem zien daor Piet en Jan
Die komme dan mette dekkel d’r aon
Dan is ’t vörgoed mé Hent gedaon

Rondom de kis
’n Hortje trug wier Hent bar ziek
Toen was tie al krom van de rimmetiek
Fietse dâ gieng nie, hi’j kon hors nie lope
En gezondheid, ja dâ vil nie te kope

Toen ’t nie mer gieng lei’j tie veul ien bed
En al drek zien daor stoewle umhin gezet
Daor ko’j zitte a’j bi’j Hent wouw zien
Dan kô’j um zien ligge mé’r al zien pien

Want Hent wier nie bèter, wâ was tie ziek!
Kreune, pie-pe en wit as ’n liek
Mar hi’j hiel moewd, ja niks gin klage
Hi’j bleef de pien zonder vörblikke drage

Bi’j alle pien zei tie mé’r ’n staole gezich
’k How vas aon ’t lève, dâ’s mien plich
Dood zien duur lang, a’j dâ mar wit
Stèreve hé gin hôs, ’k wit goed hoe dâ zit

Mar toen tie rie-p now gee’r ’t nie mer
Lao de pestoor mar komme, ’t is zô ver
Toen is tie bediend dâ was gauw gedaon
En drek d’r nao is tie d’n hoek um gegaon

Bi’j keijeslich en mé borrels op de rand
En d’n dekkel d’r nève, daor aon de ka-nt
Zate wi’j twee aovende rondöm de kis
Mé verhaole over Hent, ’n hele wis

D’r wier ôk gebeje, bar veul en duk
Mette knei’j op de kokosmat, aon èèn stuk
’n Rozenhoedje of drie dâ deje wi’j same
En dattie moge ruste in vrede ame

Schik hawwe tusse tied ôk nog wel
A’j keek naor Hent mé sien vaole vel
Dan zei iemes: Hent was vroeger gin beste
Mé schabulle was tie nooit de leste

Mâr laoter ôk nie en now bun’k nie flauw
En kiek us, wâ zien die nègels al blauw
Mé die ien de hemel hewwe allemaol kans
En a’j mar wit, gimmins ontspring de dans

As ’t lève d’r uut is en dâ gee’r ienins
Blief d’r mar weinig over van zô’n mins
En zo kum dan ’t end vör ons allemaol
Femilie is drek mé’r ow grei aon de haol

Zo gee’r ’t ien ’t leve dâ’s zomar weg
En dan smiete ze ow achter de beukeheg
Bi’j al die a-ndere en dâ’s hee nie raor
De merste onmisbare minse ligge daor.


Tekst: Herman Buurman
Tekening: Wilma Schouten-Kregting

 

 

 

De rijken anno 1900

Net na 1900 vinden we in Gendt enkele mensen die zo rijk zijn dat ze voor vermogensbelasting in aanmerking komen. Of er nog meer waren, weten we nog niet. Het is wel leuk weer enkele bekende namen tegen te komen, zoals die van:


Mevr. M.C. van der Goes, echtgenote van F. Wolf. Deze Maria van der Goes was de jongste dochter van de burgemeester Aert van der Goes (zie het verhaal over hem in dit blad). Zij trouwde toen zij 39 jaar oud was met haar 26-jarige neef Frederik Wolf, de zoon van haar oudere zuster. Die zuster leefde toen nog, dus het is de vraag wat de familie van dit huwelijk gevonden heeft. Eerst woonde ze in Arnhem, maar op latere leeftijd kwam ze met haar man een tijdlang op Huis te Gendt te wonen. Huis te Gendt was jaren woonhuis en tegelijkertijd gemeentehuis geweest, ook toen haar vader en broer in Gendt burgemeester waren. Na hun overlijden erfde Maria Huis te Gendt en nog tot de komst van een nieuw gemeentehuis in 1899 waren twee kamers als gemeentehuis in gebruik en ontving Maria een jaarlijkse huur daarvoor. In 1900 had ze weer het hele huis tot haar beschikking.


Hubertus Adrianus Gerretsen, vroeger wonende te Nijmegen, predikant.


De landbouwer Cornelis van Eck die na enige jaren met zoon Willem vertrok naar Ewijk. Dat was na de dood van een andere zoon van hem Jacob, die enige tijd gemeenteraadslid in Gendt was. Deze Jacob werd meerdere malen bekeurd wegens openbare dronkenschap (zie het verhaal Luis in de Pels in de Ganita mare 2012-1) en is met een zatte kop in mei 1902 in de Waal gevallen en verdronken. Blijkbaar zat de drankzucht in de familie omdat zijn broer Hubert, die in Gendt bleef wonen, in die jaren ook heel vaak geverbaliseerd werd we- gens dronkenschap. De burgemeester in die tijd, Maas Geesteranus, meldde dat Hubert wel vaak dronken was, maar gelukkig dan niet lastig. Zo te zeggen een vrolijke dronkaard.


De landbouwer J. Bus. Hij werd ook als deskundige bij de veeartsenijkeurigen gevraagd.


De winkelierster Theodora Baltussen, ook wel bekend als de weduwe van Everhardus Verheijen (zie blz. 2). Zoals wij al konden lezen, was er in haar winkel van alles te koop.

Tenslotte was er nog de huisarts dr. Richardus Eijkel, die we als laatste huisarts (tot 1905) in de vorige Ganita leerden kennen. Deze arts had een doorbijtende hond en moest die muilkorven en vastleggen. Een voordeel trouwens dat als zijn hond iemand verwondde, de arts in ieder geval dichtbij was. Anderen met een gevaarlijke hond waren overigens mevr. V.d. Goes en de stalhouder H.W. Bossmann. Zijn hond Paul liep ‘s nachts los om het bedrijf te bewaken en werd als gevaarlijk beschouwd en wel door niemand minder dan dokter Eijkel. De pot verwijt de ketel .... of was er meer het spreekwoord van toepassing: Gelijke monniken, gelijke kappen.

 

 

 

Schutterskoning en -koningin 2016-2017 Barry Hofs en Marieke Vermeer


Toen Barry en Marieke te horen kregen dat er van hun een stamboom geplaatst zou worden in onze Ganita mare, waren zij bijzonder verheugd. Zij zagen het als een eerbetoon aan het Schutterskoningspaar en natuurlijk een manier om de rijke collectie van onze stambomen aan te vullen! Ondanks dat hun plaats van geboorte aangeeft dat zij beiden in Nijmegen geboren zijn, zijn ze wel degelijk echte Gendtenaren. En hier zijn ze heel trots op. Met een onderbreking van vier jaar (tijdens hun studieperiode hebben ze vier jaar in Nijmegen vertoefd) hebben ze altijd in Gendt gewoond. Zijn hele jeugd heeft Barry doorgebracht in de Gerwardstraat. Hij woonde op de hoek Gerwardstraat Bernardstraat. Schuin tegenover ‘Bakkertje Zweers’ waar je vroeger lekker ijsjes kon kopen in de provisorisch omgebouwde garage. Hij groeide op in een buurt waar heel veel kinderen waren.

Deze kinderen woonden allemaal in het vierkant Bernardstraat-Schoolstraat-Vleumingen-Langstraat. Barry heeft daar een bijzonder fijne jeugd gehad. Altijd buiten te vinden. Kruutballen, voetballen, oorlogje spelen, door sloten struinen en stiekem appels plukken bij Otemann, maar vooral veel kattenkwaad uithalen. Later ging hij met vriendjes naar de kanovijver en polder om hutten te bouwen en vuurtje te stoken. Over de bouw struinen van de in aanbouw zijnde Lootakkers II was altijd een spannende onderneming voor hem.
Barry en Marieke

Barry bracht zijn lagere schoolperiode door op de Jozefschool. Een leuke periode waar er ondanks de strakke structuur genoeg ruimte was om plezier te hebben en te lachen. Wat hem het meest is bijgebleven zijn de geschiedenis- en ‘natuurkundelessen’ van meester Milder (Geert Milder). De middelbare school heeft Barry gevolgd op het Canisius College/Mater Dei in Nijmegen. Daar liepen toen nog 2 verdwaalde paters (Jezuïeten) rond. Geweldig is dat ook geweest!


Marieke groeide op aan de Peppelhof op de Dries. De ouders van Marieke kwamen uit Brabant en zijn i.v.m. werk in Gendt terecht gekomen. Ze voelden zich al snel thuis in Gendt. De Dries was destijds ook een wijk waar veel kinderen woonden. Marieke vertoefde ook het liefst buiten en de polder was dichtbij. Dus werd daar veel tijd doorgebracht om hutten te bouwen en in bomen te klimmen. En in de winter schaatsen over de bevroren plassen en sleeën van de dijk! Tijdens de dijkverzwaring en verhoging van de dijk was dat een hele mooie plek om te vertoeven. Wandelend ging het met vriendjes en vriendinnetjes naar school, de Tichelaar. Marieke ging naar de middelbare school in Bemmel, nu het OBC. Destijds SGOB.

De wens om schutterskoning te worden was er al een tijdje. Na een eerdere mislukte poging bleef het kriebelen en lukte het uiteindelijk om in 2016 Koning te worden. Een geweldige ervaring. Al had hij graag wat meer strijd gezien, competitie gehad, zoals dat bij zijn eerste poging het geval was. De reden waarom hij schutterskoning met Marieke als koningin wilde worden, is om deze mooie traditie in ere te houden en de jeugd over te halen dit ook te gaan doen.

Barry en Marieke vieren al jaren de Gendtse kermis en willen graag dat deze geweldige traditie van verbroedering en weerzien blijft bestaan. Niet zomaar een kermis met vier dagen feest, maar een Schuttersfeest! Barry en Marieke hopen dat met hun koningschap mensen, maar vooral de jeugd, toch de stap
zullen zetten om deel te nemen aan het koningsschieten. Het is een geweldige ervaring voor hun geweest en de fabeltjes over hoge kosten en de enorme verplichtingen zijn onzin.





Koninklijk Gezelschap

Als er lezers zijn van dit artikel die belangstelling hebben om zelf ook eens koning te schieten, Barry en Marieke zijn bereid om alle in en outs te delen dus ‘schiet’ ze gerust een keertje aan. Deze kwartierstaat kwam tot stand met medewerking van Barry en Marieke en Eef Hofs uit Zeist, waarvoor hartelijk dank.


Willem Rasing

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn